Stichter en leider van de Partij

WLADIMIR ILJITSJ LENIN

EEN KORTE BIOGRAFIE

Stichter en leider van de Partij

Zodra hij uit zijn ballingschap was teruggekeerd begon Lenin zich met hartstocht te geven aan de verwezenlijking van zijn plannen voor een krant. Grondige en gedetailleerde voorbereidingen hiervoor waren zijn voornaamste bezigheid. Maar het werd steeds gevaarlijker voor hem om in Rusland te blijven en daar het door de politievervolging in die tijd praktisch onmogelijk was om een revolutionaire arbeiderskrant in Rusland op poten te zetten, besloot Lenin om haar in het buitenland te laten verschijnen.

Op 16 juli 1900 vertrok hij naar Duitsland waar hij de Iskra (= Vonk) in het leven riep. De ondertitel van de krant luidde "Uit de Vonk ontbrandt de Vlam". De "Iskra" werd Rusland binnengesmokkeld door Lenin's volgelingen, waaronder zulke prominente figuren als I.W. Baboesjkin, N.E. Bauman, S.l. Goesev, T.S. Zelikson-Bobrovskaja, R.S. Zemljatsjka, M.l. Kalinin, W.Z. Ketschoveli, M.M. Litvinov en J.D. Stasova.

Lenin werd de ziel, de leider en de meest actieve medewerker van de krant. In het voorjaar van 1902 verhuisde hij samen met de andere leden van de redactie naar Londen en vandaar naar Genève.

In feite heeft de "Iskra" een beslissende rol gespeeld bij de opbouw van de partij. In de "Iskra" en ook in de "Zarja" (Morgenrood), het theoretische orgaan van de sociaal-democraten, schreef Lenin talrijke artikelen. Ook maakte hij een ontwerp voor het agrarisch program voor het Tweede Partijcongres. Lenin's pamflet "Aan de Armen op het Land" is van groot belang geweest bij het verduidelijken van het program van de partij. In eenvoudige en heldere bewoordingen bevatte het de doelstellingen van de arbeiderspartij, de betekenis van een bondgenootschap tussen de arbeiders en de arme dorpsbevolking alsook de zin van het socialisme. "Wij willen een nieuwe en betere maatschappelijke orde bereiken", schreef hij. "In deze nieuwe en betere samenleving mogen geen rijken en armen meer zijn; iedereen zal moeten werken. Niet een handjevol rijke mensen, maar alle werkers zullen kunnen genieten van de vruchten van hun gemeenschappelijke arbeid. Machines en andere verbeteringen moeten het werk van een ieder vergemakkelijken en mogen geen werktuigen zijn in de handen van enkelen die erop uit zijn zich te verrijken op kosten van miljoenen en tientallen miljoenen andere mensen. Deze nieuwe en betere samenleving wordt de socialistische samenleving genoemd. De leer van deze maatschappij heet socialisme."

In zijn opmerkelijke boek "Wat te Doen?", dat werd geschreven in 1902, zette Lenin in detail zijn plannen uiteen voor de opbouw van een proletarische, marxistische partij, waarbij hij wetenschappelijke argumenten aanvoerde om te bewijzen dat deze partij de rol toebedeeld was van de leidende kracht van de arbeidersklasse.

Wat Lenin voor ogen stond was de stichting van een waarlijk revolutionaire proletarische partij, die verschilde van de partijen van de Tweede Internationale en die in staat zou zijn leiding te geven aan de arbeidersklasse in de strijd tegen de tsaristische alleenheerschappij en tegen het kapitalisme. Om de arbeidersklasse te kunnen leiden moest de partij gewapend zijn met een vooruitstrevende revolutionaire theorie - het Marxisme - en moest zij deze theorie verspreiden in de arbeidersbeweging om deze het socialistisch bewustzijn bij te brengen. "Zonder een revolutionaire theorie kan er ook geen revolutionaire beweging zijn," zei Lenin.

Lenin besteedde veel tijd aan de voorbereidingen voor het Tweede Partijcongres, hij maakte een schets voor de partij statuten, dacht na over de organisatie van het werk dat op het Congres moest worden verricht, maakte ontwerp-resoluties en toen in 1903 het Congres bijeenkwam had hij een actief aandeel in de leiding ervan en in het werk, dat hier werd verricht.

Het Congres werd niet alleen bijgewoond door Lenin's aanhangers, maar ook door de opportunisten, de onstandvastige revolutionairen, die niet ieder deel van Lenin's plan voor de opbouw van de partij konden accepteren. Tezamen met Martov en andere opportunisten sprak Trotski zich uit tegen Lenin's organisatorische principes voor de opbouw van de partij.

Er ontstond ook een heftig debat toen het Program werd besproken.

De Bundisten" 1 de “economisten" en andere anti-Leninisten verenigden zich om een aanval te doen op de basisprincipes van het Marxistische program. In wezen werden zij ondersteund door Trotski. Zij allen waren er sterk tegen gekant, dat de stelling van de dictatuur van het proletariaat in het partijprogram zou worden opgenomen. De meerderheid echter aanvaardde het door de redactie van de "Iskra" opgestelde program en het Congres ging akkoord met het revolutionaire program. Het was het enige program van de Socialistische Partij waarin de strijd voor de dictatuur van het proletariaat werd gesteld als de voornaamste taak van een proletarische partij. Geleid door dit program heeft de Partij met succes de strijd gevoerd voor de overwinning van de socialistische revolutie in Rusland.

Bij de verkiezingen voor het Centraal Comité en de redactiestaf van de "Iskra" verkregen de aanhangers van Lenin de meerderheid. Vanaf dat moment stonden zij bekend als de Bolsjewieken (van het Russische woord "bolsjinstvo", dat "meerderheid" betekent). De opportunisten, die in de minderheid waren, werden Mensjewieken genoemd (van "mensjinstvo", dat "minderheid" betekent). Zo ontstond op het Tweede Congres van 1903 een partij van een nieuw type, de Leninistische Bolsjewistische Partij. Lenin zou later schrijven: "Het bolsjewisme als een stroming in het politieke denken en als politieke partij bestaat reeds sinds 1903." In zijn boek "Eén Schrede Voorwaarts, Twee Schreden Terug" beschreef hij de activiteiten van het Tweede Congres, de meningsverschillen die aan het daglicht traden en de scheuringsactiviteiten van de mensjewieken.

De strijd tussen de Bolsjewieken en de Mensjewieken zou nog vele jaren na het Tweede Congres voortduren, waarbij de Mensjewieken voortdurend pogingen deden om de Partij de weg van het opportunisme te doen inslaan. Maar deze opzet mislukte. Wladimir Iljitsj Lenin had een scherp oog voor het heil van de revolutionaire partij, die was opgericht ter behartiging van de belangen van de arbeidersklasse. Hij was direct betrokken bij de leiding van de Partijcomité's. Hij schreef hun brieven en voorzag hen van gedetailleerde instructies betreffende hun handelwijze onder alle omstandigheden, zowel in perioden van revolutionaire beroering als in tijden van teruggang. Hij was ook zeer actief betrokken bij de voorbereidingen en de leiding van partijcongressen en hij was het ook die op het Derde Congres (in 1905), het Vierde Congres (in 1906) en het Vijfde Congres (in 1907) de voornaamste verslagen uitbracht. In zijn brochures en artikelen stelde hij aan de massa van de werkers informatie beschikbaar betreffende de strijd tussen de Bolsjewieken en de Mensjewieken op de verschillende Congressen.

In 1905 schreef Lenin zijn boek "Tweeërlei Tactiek van de Sociaal-Democratie in de Democratische Revolutie". In dit boek stelde Lenin, evenals in andere werken die tijdens de revolutie van 1905-1907 werden geschreven, een aantal volkomen nieuwe problemen aan de orde, die verband hielden met de tactiek van de Partij: over de voorlopige revolutionaire regering en de houding van de revolutionaire sociaal-democraten ten opzichte daarvan, over de revolutionair-democratische dictatuur van het proletariaat en de boeren en haar taken in de loop van de revolutie, over de voorbereidingen tot de gewapende opstand en over de confiscatie van de landgoederen der grootgrondbezitters, gevolgd door de nationalisatie van de grond.

Lenin en de Bolsjewieken beschouwden de revolutie die in Rusland in januari 1905 uitbrak als een burgerlijk-democratische revolutie. De taak van de revolutie bestond uit het tenietdoen van de laatste overblijfselen van de lijfeigenschap, het verjagen van het tsarisme en het bevechten van democratische vrijheden. Lenin was de eerste marxist die een analyse gaf van de specifieke trekken van de burgerlijk-democratische revolutie in het imperialistische tijdperk en van de krachten die haar dreven en de vooruitzichten voor de toekomst. Lenin was van mening dat het proletariaat belang had bij de volledige zege van een burgerlijke revolutie, omdat deze de strijd voor het socialisme naderbij bracht en de weg ervoor effende. Buitendien was het met name het proletariaat dat de belangrijkste kracht en de leider van de revolutie was geworden. De boeren, als bondgenoten van het proletariaat, hadden er belang bij dat de grond werd ontnomen aan de landadel en dat aan het tsarisme een einde werd gemaakt.

Dientengevolge hing de omvang van de revolutie volledig af van het gedrag van de voornaamste drijvende krachten, het proletariaat en de boeren. Wat de Russische bourgeoisie betreft, deze wenste het tsarisme te handhaven en kon dus, louter en alleen al door haar klassekarakter, niet revolutionair zijn. Daarom geloofden de Bolsjewieken dat de bourgeoisie geïsoleerd moest worden van de massa's.

In de loop van de revolutionaire gebeurtenissen werd de juistheid van Lenin's ideeën volkomen bevestigd. De eerste Russische revolutie was een volksrevolutie wat betreft de drijvende krachten en zij werd geleid door de arbeidersklasse, in bondgenootschap met de boeren. Lenin beschreef deze revolutie als een proletarische revolutie wat betreft de strijdmethoden, gewapende opstanden, stakingen etc. Maar ondanks de heldhaftige strijd van de arbeidersklasse, die met de wapens in de hand in opstand kwam in Moskou en andere grote steden, en ondanks de massale acties van de boeren tegen de grootgrondbezitters werd de revolutie door het tsarisme neergeslagen.

Aan het eind van 1907, na de nederlaag van de revolutie, werd Lenin gedwongen Rusland te verlaten en opnieuw naar het buitenland te vertrekken, aanvankelijk naar Genève en later naar Parijs. De nederlaag van de revolutie van 1905-1907 betekende geenszins het einde van zijn vastberadenheid de strijd voort te zetten. Met vernieuwde krachten en vol energie wierp hij zich op het partijwerk en op de voorbereidingen voor een nieuwe revolutie. Lenin was er vast van overtuigd dat de nederlaag van het proletariaat en de boeren maar van tijdelijke aard zou blijken en dat hun uiteindelijke zege over de autocratie onvermijdelijk was.

Tussen 1907 en 1910, jaren van zware reactie, waarin het leek dat men beter alle hoop kon laten varen, dacht Lenin na over de toekomstige zege van de revolutie. Hij voorzag deze overwinning en zijn hartstochtelijke vertrouwen inspireerde vele anderen tot geloof in de toekomst.

Reeds aan het begin van zijn revolutionaire bezigheden had Lenin zich gerealiseerd hoe enorm belangrijk het voor de sociaal-democraten

was om de marxistische filosofie te beheersen, maar hij had destijds noch de tijd, noch de energie om een speciale studie van de filosofie te maken. Echter de verspreiding - tijdens de periode van reactie - van aan het Marxisme vijandelijke stromingen, welke zelfs onder weifelende marxisten opgeld deden, bracht Lenin er toe zich serieus te gaan bezighouden met filosofische vraagstukken. Deze studie culmineerde in zijn werk "Materialisme en empirio-criticisme” , Lenin's belangrijkste bijdrage op het gebied van de filosofie, waarin hij de tegenstanders van de marxistische filosofie ontmaskerde en waarin hij aantoonde dat er een nauw verband bestond tussen filosofie en politiek en dat het Marxisme een onverbrekelijke eenheid vormde van wetenschappelijke theorie en revolutionaire praktijk.

In de politieke sfeer waren in die tijd Lenin's activiteiten voornamelijk gericht op de instandhouding van de revolutionaire ondergrondse partij-organisatie, hetgeen betekende dat er strijd geleverd moest worden tegen de Mensjewieken, die de bedoeling koesterden de illegale partij aan kant te doen en haar te vervangen door een zuiver legale reformistische organisatie, die geheel was aangepast aan de omstandigheden van het tsaristische regiem. Trotski, die beweerde geheel onpartijdig te zijn, gaf de Mensjewieken iedere steun die zij nodig hadden. Het was juist in die periode dat Lenin Trotski een doorgewinterde fractionist en een verrader noemde.

Tezelfdertijd voerde Lenin een strijd zonder compromissen tegen de "Linksen", die de noodzaak om gebruik te maken van alle mogelijke wettige middelen, inclusief de wetgevende Doema 2, heftig ontkenden. Lenin was van mening dat in de strijd tegen de alleenheerschappij de Partij gebruik moest maken van een soepele en buigzame tactiek en legale en illegale vormen van strijd moest combineren.

De Conferentie van de Bolsjewieken, die in 1912 in Praag werd gehouden, besloot de Mensjewistische likwidatoren 3 uit de partij te zetten. De conferentie riep alle partijleden op om te strijden tegen het “likwidationisrne", om het gevaar hiervan voor de zaak van de arbeidersklasse duidelijk te maken en zich te concentreren op het herstel en het sterken van de illegale partij-organisaties.

In het voorjaar van 1912 begon het legale dagblad van de Bolsjewieken, de "Prawda", te verschijnen op initiatief van de arbeiders in St. Petersburg en met de warme steun van Lenin. De dag waarop het blad verscheen was een groots evenement voor de arbeiderspers. Lenin gaf dagelijks leiding aan de "Prawda", voerde een levendige correspondentie met de redactiestaf, verheugde zich in de successen van de krant en hielp mee de begane fouten te herstellen. Hij werkte zeer hard om de krant op tijd onder de arbeiders verspreid te krijgen en om de oplage te vergroten. Hij stelde voor abonnees op de krant rechtstreeks op de bedrijven en fabrieken te werven. "De overwinning van de partijgeest betekent ook een overwinning voor de "Prawda", en vice versa," schreef hij. Lenin wees erop dat de arbeiderskrant strijdbaar moest zijn, dat zij leiding moest geven, verschillende vraagstukken zonder omhaal en terughoudendheid aan de orde moest stellen en diegenen moest ontmaskeren die schade toebrachten aan de arbeidersklasse en aan de revolutie.

Lenin schreef bijna iedere dag voor de “Prawda''. In zijn artikelen verklaarde hij de arbeiders het wezen van de marxistische leer en de betekenis van de revolutionaire theorie van het marxisme. In de periode tussen 1912 en 1914 verschenen er in de Prawda meer dan tweehonderdtachtig artikelen van de hand van Lenin, waarvan vele waren ondertekend met "V.Iljin", "W.Frei", "V.I.", "T", "Prawdist", "Statisticus", "Een Lezer" en onder andere pseudoniemen.

Om dichter bij Rusland te zijn verhuisde Lenin in juni 1912 van Parijs naar Krakau in Polen. Hij woonde daar meer dan twee jaar tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De winters bracht hij door in Krakau en de zomers in het dorpje Poronino. Toen de oorlog uitbrak werd Lenin door de Oostenrijkse autoriteiten gearresteerd op een valse beschuldiging van spionage voor de tsaristische regering. Vooraanstaande figuren uit het openbare leven van Polen en Oostenrijk kwamen op voor zijn verdediging en bewezen de absurditeit van de aanklacht, zodat de Oostenrijkse militaire autoriteiten gedwongen waren hem weer vrij te laten, na hem ongeveer twee weken in de gevangenis te hebben vastgehouden.

Lenin achtte het noodzakelijk om zijn leidinggevend werk bij de revolutionaire strijd van de arbeiders tegen het tsarisme en de imperialistische oorlog, welke arbeid door zijn arrestatie onderbroken was, voort te zetten. Maar dit was in Oostenrijk, één van de oorlogvoerende landen, zeer moeilijk te volbrengen en daarom verzocht en verkreeg hij permissie om naar Zwitserland te gaan waar hij tot 27 maart (9 april) 1917 woonde, eerst in Bern en later in Zürich.

De oorlog werd gestreden tussen twee groepen imperialistische staten. Eén groep werd geleid door Duitsland en de andere door Groot-Brittannië en Frankrijk, waartoe ook het tsaristische Rusland behoorde. Van beide zijden was het een onrechtvaardige oorlog om het grondgebied uit te breiden, die was ontketend in het belang van de imperialisten. Reeds vanaf de eerste oorlogsdag voerde Lenin een vastbesloten strijd tegen de volkerenmoord.

Kwam de oorlog onverwacht? Neen, zeker niet! Lenin had herhaalde malen gewaarschuwd dat de kapitalisten zich voorbereidden op een oorlog en hij riep op deze te bestrijden. Internationale congressen van socialisten hadden de tactiek bepaald van de sociaaldemocraten met betrekking tot de oorlog. De leiders van de West-Europese socialistische partijen hadden beloofd te zullen strijden tegen de oorlog en, voor het geval er een oorlog zou uitbreken de arbeidersklasse te zullen leiden in de strijd voor de omverwerping 'van het kapitalisme. Maar toen de oorlog inderdaad uitbrak, pleegden de leiders van deze partijen verraad aan de belangen van het proletariaat en kozen openlijk de zijde van de bourgeoisie in hun land. In Frankrijk, Engeland en België traden de socialisten toe tot de regering en in Duitsland stemden zij vóór de oorlogskredieten. Zij rechtvaardigden de politiek van de imperialistische regeringen van hun landen drongen er bij het volk op aan de oorlog te steunen en voerden chauvinistische propaganda onder de arbeiders. Zij zeiden dat de strijd voor het socialisme, de klassensolidariteit van de werkers in de verschillende landen en hun internationale aaneensluiting slechts zaken voor de vredestijd waren en dat de arbeiders in tijd van oorlog hun klassebelangen maar moesten vergeten en alles ondergeschikt moesten maken aan de oorlog. De socialisten die deze en dergelijke standpunten huldigden, werden gekenschetst als sociaal-chauvinisten dat wil zeggen: socialisten met de mond en chauvinisten in hun daden.

In Rusland werd de politiek van het sociaal-chauvinisme gevoerd door Plechanov, Aleksinski, Maslov en anderen.

Een ander deel van de socialisten, in Duitsland geleid door Kautsky en in Rusland door Trotski e.a. namen een standpunt in dat bekend geworden is onder de naam "centrisme"; de aanhangers hiervan werden de "centristen" genoemd. Terwijl zij verklaarden het niet eens te zijn noch met de sociaal-chauvinisten, noch (uiteraard) met hun tegenstanders, ondersteunden de centristen in werkelijkheid de sociaal-chauvinisten in alles; zij rechtvaardigden hun handelingen en hielpen hen de arbeiders om de tuin te leiden. Zo pleegden de leiders van de socialistische partijen op schandelijke wijze verraad aan de zaak van het socialisme en het internationalisme. Door hun schuld heeft de Tweede Internationale, die de werkers van de wereld leiding had moeten geven in hun strijd tegen de oorlog, schipbreuk geleden. De Tweede Internationale werd gesplitst in verschillende elkaar vijandig gezinde partijen, en de arbeiders vermochten niet om van het eerste moment af georganiseerd aan de oorlog weerstand te bieden.

Op dat dreigende historische moment hielden W.I. Lenin en de Bolsjewistische Partij, die hij had gesticht, het vaandel van het proletarisch internationalisme hoog.

Door de hele wereld weerklonk Lenin's oproep om aan de oorlog de oorlog te verklaren. Hij wees erop, dat de wapens niet moesten worden gebruikt tegen broeders en mede-arbeiders uit andere landen, maar tegen de reactionaire regeringen der bourgeoisie. Het was een oproep tot de proletarische revolutie.

Vooral het nationale vraagstuk vormde in die tijd een probleem van bijzonder groot belang. Bij hun voorbereidingen tot de wereldoorlog hadden de bourgeoisie en de grootgrondbezitters haat en nijd gezaaid tussen de verschillende nationaliteiten, in een poging om de arbeidersklasse in verschillende kampen te verdelen. De tsaristische regering onderdrukte de beweging voor nationale bevrijding en zette het ene volk tegen het andere op. Lenin stelde de Bolsjewieken tot taak om de eenheid van de internationale arbeidersklasse hoog te houden, omdat hij van mening was dat eenheid de voornaamste voorwaarde voor de kracht van die beweging vormde. In een multinationaal land als Rusland was het van uitermate groot belang dat er een eenheid werd bereikt in de klassenstrijd van het Russische proletariaat met de strijd van de werkers en alle werkende mensen van de onderdrukte volkeren.

In zijn artikelen "Kritische bemerkingen bij het nationale vraagstuk" en "Het recht van de naties op zelfbeschikking" ontwikkelde Lenin het marxistische program over het nationale vraagstuk en de politiek van de Bolsjewistische Partij met betrekking tot dit probleem. Dit program werd door Lenin voorzien van een wetenschappelijke basis. De voornaamste eisen van Lenin's program die hierop betrekking hadden waren: volledige gelijkberechtigdheid van de volkeren, het recht van de naties op zelfbeschikking (d.w.z. ook het recht om zich af te scheiden en een onafhankelijke staat te vormen) en een krachtig verbond tussen arbeiders van alle nationaliteiten in verenigde proletarische organisaties. Lenin verduidelijkte dat het belangrijkste was: eenheid van alle werkers van alle nationaliteiten en hun samenwerking onder het vaandel van het proletarisch internationalisme.

In de loop van de oorlog schreef Lenin zijn werk "Het Imperialisme als hoogste stadium van het Kapitalisme", waarin hij voor de eerste maal in de geschiedenis het wezen van het nieuwe tijdperk, dat de mensheid binnentrad, uiteenzette. In dit boek toonde Lenin aan, dat aan het begin van de twintigste eeuw het kapitalisme een nieuw stadium van zijn ontwikkeling was binnengetreden, en wel het imperialisme.

Lenin vond een nieuwe benadering tot de mogelijkheid van de overwinning voor de proletarische revolutie. Vroeger waren de marxisten van mening, dat de socialistische revolutie niet kon triomferen in één land en dat de revolutie alleen kon zegevieren in alle of in de meerderheid van de meest ontwikkelde kapitalistische landen gelijktijdig, Gesteund door nieuwe gegevens betreffende de maatschappelijke ontwikkeling kwam Lenin tot de gevolgtrekking, dat in het tijdperk van het imperialisme de socialistische revolutie aanvankelijk kon triomferen in een gering aantal landen of zelfs in één afzonderlijk kapitalistisch land.

Dit betekende een verdere ontwikkeling van de marxistische theorie omtrent de socialistische revolutie en het bleek van uitzonderlijk belang te zijn voor de internationale arbeidersbeweging. Lenin's theorie van de socialistische revolutie toonde de arbeiders een revolutionaire weg om zich van de imperialistische oorlog los te maken, een weg ook om te ontsnappen aan de rampen die werden veroorzaakt door het imperialisme.

Toen in februari 1917 in Rusland de burgerlijk-democratische revolutie uitbrak, bevond Lenin zich in Zwitserland. Zo gauw hij vernam van de overwinning van de revolutie en de omverwerping van het tsarisme zond hij een telegram aan de Russische Bolsjewieken en schreef hij zijn "Brief uit de verte", waarin hij gedetailleerde antwoorden gaf op alle vragen waarvoor de Partij stond met betrekking tot de revolutie.

Met heel zijn denken en heel zijn hart verlangde Lenin naar het Vaderland. "U kunt zich voorstellen, welk een kwelling het voor ons allen betekent om hier te zitten in een tijd als deze," schreef hij. Zonder ophouden zocht hij naar wegen om op een zo vroeg mogelijk tijdstip naar Rusland terug te keren. Maar terwijl zij de emigranten van andere partijen ongehinderde doorgang naar Rusland verleenden, wilden de imperialisten van Engeland en Frankrijk Lenin en zijn lotgenoten niet doorlaten uit vrees voor hun invloed onder de revolutionaire massa's.

Gepaard gaande met grote moeilijkheden en met de hulp van Zwitserse sociaal-democraten gelukte het Lenin uiteindelijk de weg naar huis te organiseren voor een groep emigranten, en wel via Duitsland, de enige weg die hun op dat moment openstond.

Na een ballingschap die bijna tien jaar had geduurd, arriveerde Lenin op 3 (16) april 1917 in Petrograd. Revolutionair Rusland verwelkomde hem, haar leider, met grote vreugde en toejuichingen.

Noten

1 De "Bund", of Algemene Bond van Joodse Arbeiders in Letland, Polen en Rusland. Het grootste deel van de leden bestond uit Joodse handwerkslieden uit de westelijke streken van Rusland. In de partij ondersteunden de Bundisten" de opportunisten.

2 De Doema vormde in Rusland tussen 1906 en 1917 een wetgevend lichaam, In het leven geroepen door de tsaristische regering om de werkende massa's af te houden van de revolutionaire strijd.

3 De Mensjewistische likwidatoren waren opportunisten die in de jaren van reactie een theorie verkondigden volgens welke de illegale partij van het proletariaat moest worden "gelikwideerd".

Naar De leider van de Grote Socialistische Oktoberrevolutie