De grondlegger van de Sovjet-Staat
WLADIMIR ILJITSJ LENIN
EEN KORTE BIOGRAFIE
De grondlegger van de Sovjet-Staat
Het Tweede Congres van de Sovjets, dat op de avond van de 25ste oktober (de 7de november) in Petrograd werd geopend, werd bijgewoond door 650 afgevaardigden, waarvan ongeveer 400 Bolsjewisten, uit alle delen van het land. Het Congres proclameerde plechtig, dat alle macht was overgegaan in handen van de Sovjets. Dit was een groots historisch evenement.
De afgevaardigden begroetten Lenin met een overweldigende geestdrift toen hij op 26 oktober zijn redevoering voor het Congres hield. "Toen Lenin achter het spreekgestoelte verscheen," herinnert zich de afgevaardigde A.A. Andrejev, "stonden alle aanwezigen op om zich naar voren te dringen, naar de plaats waar hij stond. Door het voortdurende applaus en de uitroepen 'Lang leve Lenin! ' duurde het een poos, voordat hij met zijn rede kon beginnen. Staande luisterde het Congres naar Lenin's verslag over de vrede, waarin de leider van de proletarische revolutie voorstelde een boodschap te zenden aan de volkeren en de regeringen van alle oorlogvoerende landen met een oproep tot een onmiddellijke wapenstilstand op alle fronten."
Op Lenin's voorstel aanvaardde het Congres het Decreet over de Vrede, de zaak die toen bovenaan stond in de gedachten en harten van miljoenen arbeiders en boeren. Dit was de eerste officiële acte van de vreedzame buitenlandse politiek van de Sovjets, totaal verschillend van de verraderlijke politiek van de imperialistische bourgeoisie. Reeds vanaf het allereerste begin was de buitenlandse politiek van de nieuwe socialistische staat gericht op het dienen van de vrede en van de internationale vriendschap. Het Decreet verklaarde de oorlog tot de grootst denkbare misdaad jegens de mensheid.
Hierna gaf Lenin een verslag over de grootgrondbezitters, waarna hij het ontwerp voor een betreffend decreet voorlas. Het Decreet over de Grond betekende voor eens en altijd de afschaffing van het grootgrondbezit zonder compensatie en stelde het land ter beschikking van de boeren.
In totaal kregen de boeren de beschikking over meer dan honderdvijftig miljoen hectare land. Hun eeuwenoude droom was werkelijkheid geworden. Door Lenin's decreet werd de privé-eigendom van de grond vervangen door publiek of staatsbezit, hetgeen later de reorganisatie van de landbouw op socialistische grondslagen aanzienlijk zou vergemakkelijken. Het Decreet over de Grond werd onder een stormachtig applaus aangenomen.
Het Tweede Congres van de Sovjets hield verkiezingen voor het Alrussisch Centraal Uitvoerend Comité van Arbeiders- en Boerenafgevaardigden en het vormde tevens de regering: de Raad van Volkscommissarissen. Lenin werd gekozen als Voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen. Het volk vertrouwde de leiding van het land toe aan de Partij van de Bolsjewisten. De afgevaardigden naar het Congres van de Sovjets - de gekozen vertegenwoordigers van het volk - organiseerden onder de leiding van W.I. Lenin de eerste arbeiders- en boerenregering in de wereldgeschiedenis. De wijze, waarop de revolutie was voorbereid en ten uitvoer gebracht, stelde Lenin aan de hele wereld voor als een groot theoreticus van het Marxisme, als staatsman en als een revolutionair van bijzonder formaat.
Zodra de Bolsjewistische Partij aan de macht was gekomen begon zij haar beloften aan het volk in te lossen. Zij riep de vrede uit en bezorgde het volk vrijheid en grond. Maar de macht van de arbeidersklasse moest worden gehandhaafd en geconsolideerd. Van de eerste dag af, nadat de Oktoberrevolutie had gezegevierd, waren alle gedachten van Lenin, zijn hele handelen, zijn wil en zijn krachten er op geconcentreerd om het verworvene te behoeden en om het groter te doen worden.
De arbeiders en boeren begonnen aan de opbouw van een nieuw leven in een uitermate ingewikkelde situatie. De socialistische revolutie had getriomfeerd in één enkel land en nog wel een op economisch gebied achtergebleven land, waar de kleine boeren de meerderheid van de bevolking uitmaakten. De oorlog teisterde nog steeds het land en zorgde voor economische ontwrichting en chaos. De talrijke vijanden van de Sovjet-macht organiseerden samenzweringen, opstanden, sabotagedaden en provocaties en zij verspreidden een heel net van leugens en lasterpraatjes. De toestand werd verder nog gecompliceerd door het feit, dat een aantal weifelende Bolsjewisten - Kamenev, Zinowjev, Rykov en hun volgelingen - tegen de partijlijn in verzet kwamen en uit de Sovjet-regering traden.
Het verzet van de vijand moest neergeslagen worden. Voedseltransporten naar de steden moesten worden georganiseerd, fabrieken en bedrijven moesten worden gebouwd en er moest een nieuwe staat, de Sovjetstaat, worden opgebouwd.
Lenin stelde als taak, dat de massa van arbeiders en boeren actief betrokken moest worden bij de socialistische opbouw. Hij wees erop, dat de leugenachtige verzinsels van de bourgeoisie, als zouden alleen de rijken en de ambtenaren uit de welgestelde klassen in staat zijn om de staat te leiden, uit de wereld geholpen moesten worden.
In november 1917 schreef Lenin zijn oproep "Aan de Bevolking", waarin hij het volk aanspoorde zich te verenigen rond de Sovjets en de teugels van de regering zonder schroom in handen te nemen. Op vergaderingen deed hij onvermoeid een beroep op de massa's om deel te nemen aan de opbouw van een nieuw leven. Lenin zei: "Het Socialisme kan niet worden opgebouwd door middel van decreten van bovenaf'. Hij beschouwde de creatieve inspanningen van het volk als de belangrijkste zaak bij de socialistische opbouw.
De Sovjet-regering had haar zetel in het Smolny 1, in Petrograd, waar het dag en nacht gonsde van activiteiten. Van hier uit werden instructies verzonden en hier kwamen mensen samen uit alle delen van het land. Lenin stond middenin die baaierd van activiteiten. Arbeiders, soldaten, zeelieden en boeren kwamen hem daar opzoeken. Vertegenwoordigers van de boeren arriveerden in de hoofdstad vanuit de meest afgelegen dorpjes om Lenin te zien en om met het hoofd van hun regering te kunnen spreken. Lenin hoorde hen allen aandachtig aan en organiseerde de verschillende zaken prompt. De arbeiders en boeren leerden van hem, maar hijzelf stak ook van hen nog wel één en ander op. Lenin zag niets over het hoofd en werkte constant aan alle sleutelproblemen van de partij- en de staatspolitiek.
Binnen zeer korte tijd waren een aantal radicale politieke en economische hervormingen doorgevoerd. In de eerste paar dagen van de Sovjet-regering aanvaardde men Lenin's ontwerp-statuut voor de controle der arbeiders over de productie en de distributie en werden vertegenwoordigers gekozen van fabrieks- en kantoorpersoneel, die het recht kregen om controle uit te oefenen over alle zaken die hun onderneming betroffen. De arbeidersklasse deed haar eerste schreden om de leiding der productie in eigen hand te nemen.
De Sovjet-regering vaardigde decreten uit die het oude leger demobiliseerden, die een einde maakten aan de verdeling van de bevolking in maatschappelijke standen en die de privileges van de bezittende klassen afschaften. De spoorwegen, de koopvaardij en de banken werden nationaal eigendom. Alle buitenlandse handel werd overgenomen door de staat en niet veel later werden ook fabrieken en bedrijven genationaliseerd.
Alle organen van de Sovjet-macht, waaronder ook de Volkscommissariaten, werden opgezet onder Lenin's directe leiding. De Opperste Economische Raad - het eerste proletarische lichaam dat zich bezighield met de planning en de besturing van de nationale economie - het Volkscommissariaat voor Nationaliteitszaken en de Alrussische Buitengewone Commissie voor de Bestrijding van Contrarevolutie en Sabotage (Tsjeka) werden op zijn voorstel in het leven geroepen. Lenin ontwierp de "Verklaring van de rechten van het werkende en uitgebuite volk", die de volledige gelijkheid uitriep voor alle Russen. Deze verklaring diende als basis voor de eerste Sovjetgrondwet. Aan alle nationaliteiten werd het recht op zelfbeschikking gegarandeerd, inclusief het recht van afscheiding en de vorming van onafhankelijke staten. De Verklaring legde een hechte basis voor de onverbrekelijke vriendschap tussen de volkeren van de Sovjet-Unie.
Al deze maatregelen van de partij en de Sovjetregering hadden een enorme uitwerking op de werkende bevolking en steeds grotere delen van het volk werden gewonnen voor de zaak van de Sovjets.
Het land verkeerde echter in een vrijwel uitzichtloze situatie en het was van enorme betekenis zo snel mogelijk een einde te maken aan de oorlog. Na hun verschrikkelijke ervaringen aan het front waren de soldaten verlangend om weer naar huis terug te keren.
Ondanks de herhaalde oproepen van de Sovjetregering weigerden de regeringen van Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten om met Duitsland vredesonderhandelingen te beginnen. Lenin was van mening, dat onder dergelijke omstandigheden de Sovjetregering geen ander alternatief overbleef dan vrede te sluiten met Duitsland, apart van de regeringen van Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten. De Duitse imperialisten stemden toe in onderhandelingen, maar zij stelden zware voorwaarden; zij wilden namelijk een niet onaanzienlijk deel van het grondgebied van de Sovjetstaat annexeren.
De vraag rees, of de genadeloze voorwaarden moesten worden geaccepteerd of dat de oorlog moest worden voortgezet. Lenin stelde de vrede voor, omdat hij er van overtuigd was dat het uitgeputte land een adempauze hard nodig had. Hij maakte duidelijk, dat er offers gebracht moesten worden om in staat te zijn de Sovjetrepubliek te redden, een einde te maken aan de oorlog en om althans een korte periode van vrede te bereiken ten einde de Sovjetmacht te consolideren en de verkregen resultaten van de proletarische revolutie te behouden. De arbeiders en boeren hadden behoefte aan een periode van respijt voor de verschrikkingen van de imperialistische oorlog, onderstreepte hij, en er moest dringend een begin worden gemaakt met het herstel van de nationale economie en met de opbouw van een nieuw arbeiders- en boerenleger dat bij machte zou zijn om de door de revolutie bevochten overwinningen te bewaren en hoog te houden.
De gedachte om vrede te sluiten met de Duitsers stuitte op hevig verzet bij wat er was overgebleven van de omvergeworpen bourgeoisie, bij de Sociaal-Revolutionairen 2, de Mensjewieken, Trotski en de zogenaamde "linkse Communisten" als Boecharin, Boebnov, Lomov, Osinski en anderen. De "linkse Communisten" eisten dat er een einde werd gemaakt aan de vredesbesprekingen en drongen aan op een "revolutionaire oorlog" tegen Duitsland, hoewel er daarvoor geen krachten aanwezig waren. Zo ging dus de bourgeoisie, de kleinburgerlijke partijen en een deel van de weifelende Bolsjewisten tegen Lenin's politiek in.
De situatie in de partij was zeer moeilijk en vormde voor Lenin een bron van diepe bezorgdheid. Hij schreef artikelen in de pers tegen de “linkse Communisten" en Trotski, stelde hun "revolutionaire fraseologie" te kijk en maakte duidelijk, hoe gevaarlijk deze wel was. Hij beschreef de voorstellen van de "linkse Communisten" als een gok en hun gedrag als "vreemd en monsterachtig" toen zij zo ver gingen te beweren, dat de Sovjetmacht wel kon worden opgeofferd in het belang van de wereldrevolutie. Hij onderstreepte dat het behoud en de consolidatie van de Sovjetmacht de prachtigste steun was die de bevrijdingsbeweging in de wereld maar kon hebben.
Telkens weer ontstonden er op de zittingen van het Centraal Comité van de partij buitengewoon verhitte discussies over de vrede. In het begin had Lenin niet de meerderheid van de leden van het Centraal Comité achter zich. Toen was het Trotski, als hoofd van de Sovjet-delegatie bij de onderhandelingen met de Duitse gezanten, die de hem door Lenin, het Centraal Comité van de partij en de Sovjet-regering gegeven instructies schond door namelijk de door de Duitsers gestelde voorwaarden te verwerpen en zodoende de vredesonderhandelingen dreigde te torpederen. Het gedrag van Trotski en de "linkse Communisten" speelde in de kaart van de Duitse imperialisten. In februari 1918 ging het Duitse leger over tot een offensief, met het imperialistische doel de Sovjetmacht te vernietigen en van Rusland een kolonie te maken.
De Sovjetrepubliek verkeerde in levensgevaar en Lenin en de partij organiseerden haastig de verdediging. Op 21 februari deed Lenin namens de Raad van Volkscommissarissen een dringend beroep op de bevolking: "Het Socialistische Vaderland is in gevaar!" De oproep zei: "Het is de heilige plicht van de arbeiders en boeren van Rusland om de Republiek van de Sovjets onzelfzuchtig tegen de horden van het burgerlijke en imperialistische Duitsland te verdedigen." Lenin drong erop aan, dat alle energie en hulpbronnen van het volk gebruikt zouden worden voor de verdediging van het land. Zijn oproep veroorzaakte golven van revolutionaire geestdrift onder het werkende volk. In Moskou, Petrograd en andere steden - en ook op het platteland - werden massabetogingen gehouden van arbeiders, boeren en soldaten. In antwoord op de oproep van Lenin, de Bolsjewistische Partij en de Sovjetregering meldden tienduizenden arbeiders en boeren zich als vrijwilligers om hun socialistische vaderland te verdedigen. Door het hele land ontstonden eenheden van het nieuwe leger van het revolutionaire volk, die een heldhaftige strijd voerden tegen de oprukkende vijand.
Ter herinnering aan deze gebeurtenissen wordt de 23ste februari thans ieder jaar gevierd als de dag van de Sovjet-Strijdkrachten.
Het vraagstuk van de vrede werd zo urgent, dat het Centraal Comité besloot een Partijcongres bijeen te roepen, waarvoor de actieve voorbereidingen vlot op gang kwamen. Bijna dagelijks verschenen er in de Prawda artikelen van de hand van Lenin die de noodzaak van een spoedige vrede aantoonden.
Het Zevende Congres van de partij werd op 6 maart 1918 in Petrograd geopend. Het was het eerste congres sinds de triomf van de Grote Socialistische Oktoberrevolutie. Lenin leidde de werkzaamheden en hield een aantal redevoeringen. In het politieke verslag van het Centraal Comité leverde hij het onomstotelijke bewijs voor de noodzaak tot het sluiten van het vredesverdrag van Brest.
Lenin's lijn wist een meerderheid achter zich te krijgen en de afgevaardigden aanvaardden de resolutie "Over Oorlog en Vrede", die onderstreepte, dat Sovjet-Rusland behoefte had aan een vrede met Duitsland. Het Congres deed een beroep op de partij en op de werkende bevolking om hun waakzaamheid en hun revolutionaire discipline te vergroten en om organisaties in het leven te roepen die in staat zouden zijn miljoenen mensen te organiseren voor het verdedigen van het socialistische vaderland, omdat nieuwe aanvallen van de zijde van de imperialisten onvermijdelijk waren.
Het Congres aanvaardde een door Lenin opgestelde resolutie om de partij een nieuwe naam te geven. Vanaf dat moment stond zij bekend onder de naam "Russische Communistische Partij (Bolsjewisten)". Lenin legde er de nadruk op, dat de naam ,,'Communistische' uitdrukking geeft aan het feit dat het volledige Communisme ons doel is."
Doordat de Sovjetrepubliek zich uit de oorlog terugtrok, kregen de arbeidersklasse en de boeren van de Sovjetstaat het noodzakelijke respijt om de Sovjetmacht te consolideren en de socialistische revolutie verder te ontwikkelen. Veel van deze zaken zijn te danken aan Lenin, wiens wijsheid, principiële stellingname en ijzeren wil het verwezenlijken van de enige juiste politiek waarborgden. Het sluiten van het Vredesverdrag van Brest vormt een levendig voorbeeld van Lenin's buigzaamheid in politieke zaken, zijn vermogen om zich terug te trekken als dat noodzakelijk was, ten einde tijd te winnen en om krachten te verzamelen voor het bevechten van de overwinning in de strijd, die nog moest komen.
Op 11 maart 1918 verhuisde de regering naar Moskou, dat nu de hoofdstad van de Sovjetstaat werd, en de Raad van Volkscommissarissen en het Alrussisch Uitvoerend Comité werden gehuisvest in het Kremlin, waar ook Lenin zijn verblijfplaats koos.
Het Vierde Buitengewone Alrussische Congres der Sovjets, dat op 14 maart in Moskou werd gehouden, aanvaardde een door Lenin voorgestelde resolutie die het vredesverdrag ratificeerde. De ontwikkeling, die de bevrijdingsbeweging in de wereld na de sluiting van het Verdrag van Brest te zien heeft gegeven, vormde het beste getuigenis voor de wijsheid en de vooruitziendheid van Lenin's lijn. In november 1918 brak in Duitsland een revolutie uit, waardoor het roofzuchtig verdrag krachteloos werd gemaakt.
Lenin, de Bolsjewistische Partij en de Regering haastten zich het respijt te benutten voor het consolideren van de Sovjetmacht en om een stoot te geven aan de socialistische opbouw. Dit was een moeilijke zaak. Nadat de macht van de grootgrondbezitters en van de kapitalisten omver was geworpen stond het volk voor taken, die nog door geen land ter wereld waren volbracht. Het was noodzakelijk om een nieuw staatsapparaat op te bouwen, de economie weer op gang te krijgen en om te leren hoe een staat moest worden geleid. De arbeiders en boeren waren de meesters geworden in de fabrieken en op het land, maar niet iedereen realiseerde zich, dat de maatschappelijke, de staatseigendom beschermd moest worden en ook moest worden uitgebreid.
Hoe moesten de massa's opnieuw worden opgevoed in de geest van het socialisme? Hoe moest hun worden geleerd op een volkomen nieuwe manier te werken? Dat waren de problemen die Lenin's aandacht in die tijd geheel en al opeisten. Op 29 april 1918 bracht hij een verslag uit aan het Alrussische Centraal Uitvoerend Comité betreffende de onmiddellijke taken van de Sovjetmacht. In dit verslag en in een brochure over dit onderwerp zette Lenin de redenen uiteen voor de zege van de Oktoberrevolutie, stelde hij de taak van het verwezenlijken van een socialistische hervorming in de economie van Rusland, wees hij met nadruk op de moeilijkheden van de weg naar de nieuwe maatschappij en deed hij een beroep op de arbeiders om te leren de productie te beheersen en te leiden. De voornaamste taak, zei hij, lag in de opbouw van een nieuwe socialistische economie. "Dit is de moeilijkste taak," schreef Lenin, "omdat het hier gaat om het organiseren van de economische - de meest diep gewortelde - grondslagen van het leven van tientallen miljoenen mensen op een volkomen nieuwe manier. Maar het is tevens de meest dankbare taak, omdat pas na de vervulling ervan (in hoofdlijnen) het mogelijk zal zijn te zeggen dat Rusland niet alleen een Sovjetrepubliek is geworden, maar ook een Socialistische republiek."
Er was een enorme rijkdom aan organisatorisch talent onder de bevolking aanwezig, en óók onder de arbeiders en boeren, onderstreepte hij. Degenen die over dergelijke talenten beschikten moesten worden gevonden en in een functie gezet, waarna zij een kans moesten krijgen om te bewijzen dat zij iets konden presteren.
Bijzondere waarde hechtte Lenin aan de organisatie en ontwikkeling van massale socialistische wedijver-campagnes. Hij zei, dat het door het socialisme mogelijk was gemaakt, dat er op massale schaal dergelijke socialistische wedijver-campagnes werden georganiseerd. Hij legde uit, dat het socialisme door de massa's zelf wordt opgebouwd; onuitputtelijke bronnen aan talent worden door het socialisme aangeboord en miljoenen en nog eens miljoenen werkende mensen worden hierdoor betrokken bij het historisch scheppen.
Lenin wees erop, dat het noodzakelijk was de calculatie en de leiding van de productie te organiseren, evenals de distributie. Hij deed een beroep op de arbeiders om de arbeidsproductiviteit te verhogen, om grote industrieën en de productie van brandstoffen te ontwikkelen - evenals overigens die van ijzer en machinerieën - , om het peil van het onderwijs en de cultuur van de bevolking te verhogen en om de discipline en de efficiency van het werk tot hogere normen op te stoten. Hij zei, dat de verhoging van de arbeidsproductiviteit geen gemakkelijke taak was, maar veel tijd en inspanningen zou kosten. Lenin's instructies waren van groot belang voor de opbouw van het socialisme en zij zijn vandaag de dag, nu het Sovjetvolk bezig is aan de opbouw van het communisme, nog evenzeer geldig als toen zij werden geschreven.
Het was onder uitermate moeilijke omstandigheden dat de Communistische Partij begon te werken om Lenin's plan voor de socialistische opbouw in de praktijk te verwezenlijken. In de zomer van 1918 waren de levensmiddelen zeer schaars geworden en de koelakken (rijke boeren) en profiteurs hamsterden hun koren, in een poging om de revolutie door de honger te wurgen. Lenin lanceerde de oproep: "De strijd voor het brood is de strijd voor het socialisme!".
De partij zond haar activisten naar het platteland. Tienduizenden werkers - in de eerste plaats het proletariaat van Petrograd - vormden eenheden voor de voedselvoorziening en trokken na de oproep van Lenin en de partij naar het platteland. In juni 1918 ondertekende Lenin een decreet voor de organisatie van Comite's van arme boeren die de Sovjetstaat ondersteunden in zijn strijd tegen de koelakken door brood te leveren aan de steden en aan het leger. Dit betekende een versterking van de Sovjets op het platteland en het was van grote betekenis bij het winnen van de middelgrote boeren naar de kant van de revolutie.
In juli 1918 aanvaardde het Vijfde Congres van de Sovjets de eerste Grondwet van de Russische Republiek, die een juridische grondslag vormde voor de verworvenheden van de socialistische revolutie.
Maar de periode van vrede bleek niet van lange duur te Zijn. De imperialisten in het buitenland en de opzij gezette bourgeoisie en grootgrondbezitters hadden zich niet kunnen neerleggen bij de overwinning van de arbeiders en boeren in Rusland. Zij realiseerden zich, dat de vlammen van de revolutie zich gemakkelijk zouden kunnen verspreiden naar andere landen. De kapitalisten van Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten wilden de miljarden roebels, die zij hadden geleend aan de Russische tsaar, aan de Russische grootgrondbezitters en aan de bourgeoisie, niet verliezen. Zij wilden de fabelachtige winsten die zij hadden kunnen maken door de uitbuiting van de rijkdommen van Rusland niet opgeven.
In het voorjaar van 1918 begonnen de Amerikaanse, Britse, Franse en Japanse imperialisten een oorlog tegen de Sovjetrepubliek in een poging om de pasgeboren socialistische staat in de wieg te smoren. De Witte Gardes en andere contra-revolutionairen deden met de hulp van buitenlandse interventen een burgeroorlog uitbarsten.
De Communistische Partij en het Sovjetvolk kwamen op ter verdediging van hun republiek. Lenin's oproep "Alles voor de nederlaag van de vijand!" werd de strijdkreet van het werkende volk. Ook werd de door Lenin geleide Raad van Arbeiders- en Boerenverdediging in het leven geroepen.
Noten
1 Het Smolny is een paleis in Petrograd (nu Leningrad) waar op 25 oktober (7 november) 1917 de Sovjetmacht werd uitgeroepen.
2 De Sociaal-Revolutionairen waren de leden van een kleinburgerlijke partij in Rusland, die de linkse vleugel van de burgerlijke democratie vertegenwoordigde.

