Aan het hoofd van de landsverdediging

WLADIMIR ILJITSJ LENIN

EEN KORTE BIOGRAFIE

Aan het hoofd van de landsverdediging

De intensiteit, waarmee Lenin in de jaren van de gewapende buitenlandse interventie en de Burgeroorlog werkte, is moeilijk voorstelbaar. Hij gaf leiding aan de planning van militaire operaties en hield zich bezig met vraagstukken als de versterking van het Rode Leger, het opvoeren van zijn strijdvaardigheid en de voorziening ervan met voedsel, wapens en kleding.

Het proletarische leger had behoefte aan zijn eigen commandanten.

Op Lenin's voorstel werden krijgsscholen in het leven geroepen en werd een systeem ontworpen voor de opleiding van een corps van commandanten, waarvan de ruggengraat bestond uit arbeiders en revolutionaire boeren. De Communistische Partij en Lenin deden vooraanstaande commandanten van het Rode Leger opgroeien, waaronder M.W. Froenze, W.K. Blücher, M.N. Toechatsjevski, S.M. Boedjonny, K.W. Worosjilov, G.I. Kotovski, A.J. Parchomenko, W.I. Tsjapajev, N.A. Stsjors en vele andere helden uit de Burgeroorlog.

Tezelfdertijd deed Lenin pogingen om voor het Rode Leger vroegere militaire specialisten te werven, omdat hij van mening was, dat er voordeel getrokken moest worden uit hun ruime ervaring. Zij werden gebruikt bij de opleiding van jonge commandanten van het Rode Leger. Een grote rol bij de vorming van het legerpersoneel werd gespeeld door de militaire commissarissen, via welke de partij politiek werk verrichtte in het leger.

Lenin had een scherp oog voor alle belangrijke problemen die samenhingen met de organisatie van de verdediging van het land. Vanuit zijn werkkamer in het Kremlin zond hij aanwijzingen en instructies uit naar alle delen van het land. Soms telefoneerde hij in het holst van de nacht met de een of andere chef om uit te zoeken, of een bepaalde eenheid naar het front was verplaatst en of die eenheid wel volledig was voorzien van voedsel, wapens en alles wat maar nodig was.

Zichzelf geen slaap en rust gunnend hield Lenin de militaire operaties nauwlettend in het oog en deed hij alles wat maar in zijn vermogen lag om de overwinning te verzekeren. Hij ondervroeg commandanten over de stand van zaken aan het front en over de behoeften van het leger en hij deed telkens weer een beroep op de bevolking om het leger iedere steun te geven die maar mogelijk was.

Ondanks de superieure strijdkrachten van de imperialisten en de onvoorstelbare moeilijkheden - een wanhopig gebrek aan levensmiddelen, onvoldoende kleding, wapens en ammunitie - koesterde Lenin een rotsvast vertrouwen in de uiteindelijke overwinning van het nieuwe systeem en met dit vertrouwen inspireerde hij de grote massa van het volk. Vrijwel iedere dag, en meerdere malen vaker dan eens per dag, vervulde hij spreekbeurten op vergaderingen van arbeiders en soldaten van het Rode Leger, op congressen en op vergaderingen in fabrieken en bedrijven.

Lenin achtte het van groot belang dat het culturele peil van het volk werd verhoogd. In een toespraak tot het Derde Alrussische Congres van Sovjets, in januari 1918, zei hij, dat vroeger, onder het kapitalisme, alle voordelen van de techniek en de cultuur uitsluitend ter beschikking hadden gestaan van de rijken, terwijl het werkende volk nog nauwelijks kon lezen en schrijven. Met de komst van de Sovjetmacht werden alle verworvenheden van de techniek, de wetenschap en de cultuur het eigendom van het volk.

Lenin spaarde bij zijn arbeid geen enkele moeite, geen werk was hem teveel en zijn enige ontspanning bestond in een wandelingetje rond het Kremlin of kleine tochtjes even buiten Moskou met zijn vrouw en zijn jongere zuster.

Ondertussen smeedden de contrarevolutionairen in het land, aangespoord en gefinancierd door de imperialisten, samenzweringen tegen de Sovjetregering om Lenin en zijn bondgenoten te vermoorden. Op 30 augustus 1918 pleegde Fanny Kaplan, lid van de Sociaal-Revolutionaire Partij, een verraderlijke aanslag op zijn leven. Uit een revolver schoot zij vergiftigde kogels op Lenin af die hem ernstig verwondden. Lenin werd overgebracht naar zijn verblijf in het Kremlin. Vierentwintig uur per dag zaten artsen aan zijn bed, want zijn leven verkeerde constant in gevaar.

De partij en het gehele volk maakten zich ernstig zorgen. Dag en nacht stroomden in Moskou uit alle delen van het land vragen binnen over zijn gezondheidstoestand. Toen zijn toestand zich begon te verbeteren heerste er algemene vreugde en duizenden felicitatieboodschappen van arbeiders en boeren stroomden binnen. In september 1918 schreef de “Prawda": "Lenin strijdt tegen zijn ziekte. Hij zal haar te boven komen! Dat wil het proletariaat en dat is zijn opdracht aan het lot!" Lenin gunde zichzelf nauwelijks de tijd om geheel van zijn verwondingen te herstellen en nam de leiding van partij en staat zo snel mogelijk weer in handen.

In de winter van 1918-1919 braken aan de verschillende fronten met hernieuwde kracht de gevechten los. De imperialisten van de Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk en Japan zetten nieuwe en talrijke troepen in tegen Sovjet-Rusland. Hun troepen landden in het noorden en in het zuiden van het land, in Transkaukasië, Midden-Azië en in het Verre Oosten. Meer dan een miljoen zwaarbewapende soldaten omsingelden de Sovjetrepubliek. De imperialisten kwamen de generaals van de Witte Gardes te hulp.

Onder de leiding van de partij verzette het volk zich met steeds groter intensiteit tegen de vijanden van de Oktoberrevolutie. Duizenden communisten, leden van de Komsomol en leden van de vakbonden, trokken naar het front, de oproep van de Communistische Partij volgend.

Lenin maakte geen geheim van de moeilijkheden waarin het land verkeerde, maar vertelde de arbeidende bevolking altijd de waarheid. Hij leerde ook de partij om dat altijd te doen. De communisten gingen naar de fabrieken, bedrijven, mijnen, arbeidsnederzettingen en de dorpen. Zij vertelden de arbeiders, boeren, soldaten en matrozen over de moeilijke toestand in de Sovjet-Republiek en zij deden een beroep op hen om de Sovjetmacht te versterken en te verdedigen. De communisten waren altijd daar te vinden, waar het het gevaarlijkst was en door hun persoonlijk voorbeeld inspireerden zij de mensen tot heroïsche daden. De vastberadenheid en kalmte, die door de partij werden gedemonstreerd in die zware dagen en haar onwankelbaar vertrouwen in de overwinning, smeedden haar steeds meer samen met het volk. Lenin had gezegd dat er een- sterk en goed-georganiseerd achterland nodig was om de oorlog te kunnen winnen. Het beste leger ter wereld zou worden verslagen wanneer het niet werd gesteund door het volk. Het leger moest worden bewapend, gevoed en gekleed en dat moest allemaal uit het achterland komen.

De fabrieksarbeiders en alle werkende mensen reageerden op de oproep van hun leider met een massaal heldendom op het arbeidsfront. Vanaf het voorjaar van 1919 maakten door het gehele land - op voorbeeld van de Moskouse spoorwegmannen - de arbeiders overuren zonder betaling ten gunste van de staat, die van henzelf was.

In zijn artikel "Een Groots Begin" noemde Lenin deze "soebbotniks" een geschiedenismakend evenement, omdat zij het begin vormden van de communistische houding ten opzichte van de arbeid. Lenin was van oordeel, dat het communisme daar begint, waar de zorg van de gewone arbeiders aan de dag treedt om de arbeidsproductiviteit te verhogen, om elk poed graan, elk poed steenkool, ijzer en andere producten, die aan de gemeenschap als geheel toekomen, te beschermen, Lenin nam zelf deel aan een "soebbotnik". die op 1 mei 1920 in het Kremlin werd georganiseerd.

Hij deed een beroep op de arbeiders om hun uiterste best te doen de arbeidsproductiviteit te vergroten, waarbij hij er de nadruk op legde, dat per slot van rekening de arbeidsproductiviteit de meest belangrijke factor was voor de overwinning van het nieuwe sociale systeem.

De Sovjetstaat moest zich verdedigen tegen de invasie van veertien staten. Om de zege te behalen over de interventen en de Russische contra-revolutionairen was het noodzakelijk dat alle andere zaken op de tweede plaats kwamen. Een oorlogsregiem werd ingesteld, niet alleen in het leger en bij de marine, maar eveneens in de industrie en bij het transportwezen. Om het leger en de arbeiders van het nodige te kunnen voorzien, was de Sovjet-regering gedwongen om bij het distribueren van de schaarse voorraden aan voedingsmiddelen in het land harde maatregelen te nemen. Er werd een overschot-requisitie systeem ingevoerd, waarbij de boeren werden verplicht al hun overtollige voorraden af te staan aan de staat om het leger en de arbeiders te kunnen voeden. In een belegerd fort, zei Lenin, kon de Sovjet-macht het alleen maar volhouden wanneer dit systeem werd toegepast. Ook werd er een algemene werkplichtwet afgekondigd en het voedsel was alleen beschikbaar voor diegenen, die inderdaad werkten. Voorts werd een nieuwe politiek aanvaard, die bekend zou worden onder de naam "Oorlogscommunisme", een tijdelijke maatregel die noodzakelijk werd gemaakt door de oorlog en de economische chaos.

Het Achtste Partijcongres werd bijeengeroepen op het hoogtepunt van de strijd tegen de buitenlandse interventietroepen en de binnenlandse contra-revolutionairen. Het congres werd geopend op 18 maart 1919, de verjaardag van de Parijse Commune. Het Russische proletariaat volvoerde datgene waarvan de Communards hadden gedroomd en waarvoor zij hadden gestreden. Dit inspireerde de afgevaardigden op het Congres en schonk hun vertrouwen in de overwinning van de socialistische revolutie, ook in andere landen. Lenin bracht op dit Congres verslag uit over het werk van het Centraal Comité, over het partijprogram en over het werk op het platteland. Hij wees erop, dat de Sovjetstaat constant een vredespolitiek voerde, maar dat de burgerlijke staten een woedend gevecht tegen de Sovjetstaat leverden. Dientengevolge was het noodzakelijk om de defensieve kracht van de Republiek te vergroten.

Lenin wijdde het grootste deel van zijn verslag aan het werk op het platteland met betrekking tot de houding van de middelgrote boeren, die de meerderheid van de boerenbevolking uitmaakten. Lenin zei, dat het onmogelijk was het socialisme op te bouwen zonder een sterk bondgenootschap met de middelgrote boeren. In navolging van Lenin's verslag aanvaardde het Congres een besluit om een politiek te gaan voeren die was gericht op een nauw bondgenootschap met de middelgrote boeren.

De politiek van de partij, die beoogde het versterken van het bondgenootschap tussen de arbeidersklasse en de middelgrote boeren - met de arme boeren als voornaamste steunpunt - met het doel de koelakken te bestrijden, heeft een beslissende rol gespeeld bij het succesvolle einde van de burgeroorlog, de nederlaag van de imperialisten en de Witte Gardes en de opbouw van het socialisme.

Het Achtste Partijcongres aanvaardde een nieuw Partijprogram, dat de taken van de Communistische Partij vastlegde voor de duur van de hele periode van de overgang van kapitalisme naar socialisme. In zijn verslag over dit program legde Lenin er de nadruk op, dat het berustte op een wetenschappelijk fundament, een resultaat was van de werkelijke toestand en de arbeidersklasse en de partij zou dienen als een gids voor de opbouw van de nieuwe, socialistische samenleving. Met grote vreugde en enthousiasme steunden de afgevaardigden unaniem voor het aanvaarden van het Program. Dit was het eerste Program in de geschiedenis van een Communistische Partij die aan de macht was en die bezig was de maatschappij te hervormen langs de lijnen van het socialisme.

Hoe druk hij ook bezig was met de opbouw van de Sovjetstaat en de organisatie van de verdediging van het land, Lenin vond steeds gelegenheid om talrijke afgevaardigden van arbeiders en boeren en vertegenwoordigers van de communistische zusterpartijen te ontvangen. Hij luisterde altijd met grote aandacht naar zijn collega's en de gewone leden van de partij.

Lenin was voortdurend begaan met het lot van de bevolking. Hij ontwierp maatregelen voor de instelling van sanatoria voor de werkende bevolking en voor het verbeteren van scholen, crèches en kleuterscholen. Hij leerde alle werkers van de partij en de regering het volk altijd te behandelen met gevoelens van warmte en genegenheid en het volk reageerde hierop met gevoelens van oprechte aanhankelijkheid door duizenden brieven en begroetingsboodschappen aan hun grote leider te zenden.

In zijn toespraken op vergaderingen leerde Lenin het werkende volk en spoorde hij het aan om mee te helpen het nieuwe leven op te bouwen. Hij sprak metaalbewerkers, mijnwerkers, spoorwegmannen en textielarbeiders toe in eenvoudige bewoordingen, waarbij hij altijd recht op de kern van de zaak afging. Zijn redevoeringen waren doordrongen van een hartstochtelijke overtuiging en een onwankelbaar vertrouwen in de kracht van het werkende volk. A.A. Nikisjin, een arbeider op een oliebedrijf in Bakoe, die behoorde tot één van de groepen arbeiders die door Lenin werden ontvangen, herinnert zich:

"Wij liepen het Kremlin uit en begonnen onze indrukken uit te wisselen. We hadden verwacht dat Lenin over buitengewone zaken zou spreken in een buitengewone taal. Maar hij vertelde ons over de allergewoonste dingen in heel simpele bewoordingen. Het was gemakkelijk te zien dat Lenin een leven leidde dat gelijk was aan het onze, dat hij alles van ons afwist, onze mogelijkheden had bestudeerd en onze zwakke plekken kende, die hij dan ook openhartig blootlegde. Hij verbaasde ons allemaal door zijn opmerkelijke gebrek aan pretenties en zijn buitengewone menselijke warmte en nadat wij een minuut of vijf bij hem waren geweest, beschouwden wij elkaar als oude vrienden en voelden we ons helemaal op ons gemak. Er was geen sprake van een gespannen sfeer, alles ging er even eenvoudig, natuurlijk en gemakkelijk toe."

De arbeiders en boeren noemden Lenin vol genegenheid "Onze Iljits".

Lenin had een diep geloof in de creatieve kracht van de massa's. Hij zag erop toe, dat gewone arbeiders en boeren, in het bijzonder vrouwen, werden betrokken bij de partij, de staat en het werk van de vakbonden, en dit op grootse schaal. Lenin zei, dat wanneer miljoenen vrouwen zich zouden bezighouden met openbare zaken, de zaak van de socialistische opbouw geconsolideerd zou zijn. Herhaaldelijk sprak hij op vergaderingen en congressen van vrouwelijke werkers en boerinnen. Hij zei dat in een korte periode de Sovjetmacht meer voor de vrouwen had gedaan dan alle burgerlijke republieken bij elkaar hadden kunnen doen in honderd jaar en hij spoorde de vrouwen aan om actief deel te nemen aan de bescherming en de opbouw van de socialistische staat.

Lenin onderhield ook nauwe contacten met de jeugdbeweging. Op zijn advies delegeerde de partij enkele van haar beste leden om politiek opvoedingswerk te verrichten onder de jonge mannen en vrouwen. De Bond van Jonge Communisten, die nu Lenin's naam draagt, werd onder zijn directe leiding in het leven geroepen.

Naar Lenin's zorg voor de internationale communistische beweging