De bouwer van een socialistische maatschappij
WLADIMIR ILJITSJ LENIN
EEN KORTE BIOGRAFIE
De bouwer van een socialistische maatschappij
Aan het begin van 1920 had het Rode Leger de interventietroepen en de binnenlandse contra-revolutionairen op vrijwel alle fronten een nederlaag toegebracht. Het land kreeg nu de gelegenheid om op adem te komen. Lenin en de Bolsjewistische Partij kanaliseerden onmiddellijk de meeste middelen en hulpbronnen van het land naar de economische opbouw, het herstel van het transport, de brandstofindustrie en andere sleutelsectoren van de landelijke economie.
Omdat er een blauwdruk moest worden ontworpen voor de economische opbouw werd het noodzakelijk een nieuw Partijcongres bijeen te roepen, waarvan het voornaamste doel was om de wegen en middelen te bepalen voor de overgang van de militaire acties naar het vreedzame werk voor het herstel en de ontwikkeling van de gehele nationale economie.
Op het Negende Partijcongres, nog voor de oorlog teneinde was, stelde Lenin de taak dat het land weer tot nieuw leven moest worden gebracht. Op basis van zijn program overwoog het Congres het vraagstuk van één enkel economisch plan, dat de grootste nadruk zou leggen op de elektrificatie van de nationale economie.
In die periode van bittere armoede en verwoestingen voorzag Lenin reeds de grootse toekomst van de Sovjetrepubliek. Hij was er diep van overtuigd dat het systeem van Raden de beschikking had over een onuitputtelijke bron van kracht, zowel voor militaire overwinningen als voor de socialistische opbouw.
Lenin toonde aan, dat het voor de opbouw van het socialisme en het communisme noodzakelijk was een machtige industrie en de elektrificatie van het hele land tot ontwikkeling te brengen. "Communisme: dat betekent de Sovjetmacht plus de elektrificatie van het hele land".
In die tijd haastten de vijanden van Sovjet-Rusland zich te verzekeren, dat de Bolsjewistische Partij en het volk hun moeilijkheden nooit zouden te boven kunnen komen en dat het plan voor de elektrificatie nooit ten uitvoer zou kunnen worden gebracht. Zelfs H.G. Wells, de vooraanstaande Britse auteur van talrijke science-fiction romans, was niet in staat om Lenin's grootse idee volledig te omvatten. Hij bezocht in 1920 Moskou, had een onderhoud met het hoofd van de Sovjetstaat en noemde Lenin "de dromer van het Kremlin". In Lenin's stoutmoedige plan voor de elektrificatie van het hele land zag hij niets anders dan een "elektrisch Utopia". Maar Lenin zei tegen hem: "Komt U over tien jaar nog maar eens terug, dan zult U zien wat wij in die tijd gepresteerd hebben."
Op initiatief van Lenin werd aan het begin van 1920 een commissie in het leven geroepen die bestond uit vooraanstaande geleerden en technici, geleid door G.M. Krzjizjanovski, een veteraan van de partij. Uit zijn talrijke brieven en missives aan G.M. Krzjizjanovski, R.E. Klasson, A.W. Winter en andere eminente geleerden kan men een indruk krijgen van de leiding, die door Lenin werd gegeven aan het werk van de commissie. Na lang beraad besloot men binnen tien à vijftien jaar dertig grote elektrische centrales te bouwen, de productie aan elektrische energie zeventien maal zo groot te doen worden en de totale productie van de hele industrie in vergelijking met het cijfer over 1920 bijna met het 15-voudige te vermeerderen.
Lenin beschouwde dit plan als de basis voor het economische werk van de partij, als het Tweede Partijprogram. Men begon het plan onmiddellijk ten uitvoer te brengen, midden in een periode van economische ontwrichting en van strijd tegen binnenlandse en buitenlandse vijanden. Lenin was overgelukkig toen hij de eerste elektrische peertjes zag opgloeien in het dorpje Kasjino in de buurt van Moskou. Door de plaatselijke boeren werden de peertjes "Iljitsjlampen" genoemd.
Binnen recordtijd werd het plan verwezenlijkt, zoals H.G. Wells zelf kon constateren toen hij in 1934 opnieuw een bezoek aan de Sovjet-Unie bracht.
In 1920 was de laatste aanval van de imperialisten afgeslagen en de Burgeroorlog eindigde met een historische overwinning van het volk.
De Communistische Partij, met aan het hoofd W.I. Lenin, had het volk met grote kunde en zonder vrees door alle moeilijkheden van de Burgeroorlog geleid, maar nu werden zij geconfronteerd met nieuwe moeilijkheden van ongekende afmetingen bij de vreedzame economische opbouw.
De industriële productie was gedaald tot slechts een zevende van de vooroorlogse productie, hoe mager die ook al was geweest. De toestand was wel bijzonder moeilijk in die gebieden, waar de Witte Gardes en de buitenlandse interventietroepen huis hadden gehouden. De meeste ondernemingen stonden werkeloos en leeg door het gebrek aan brandstof en grondstoffen. Per hoofd van de bevolking werd minder dan één kilo ruwijzer en minder dan één meter katoenen stof gefabriceerd. Het vervoer per spoorweg was volkomen ontwricht. Fabrieksarbeiders in de steden stierven van de honger.
In die sombere periode manifesteerde Lenin's wijsheid zich opnieuw met ongekende kracht. Hij stelde een scherpe wending voor in de economische politiek van de partij en de Sovjet-staat. De Nieuwe Economische Politiek (NEP) vormde de ontwikkeling van het plan voor het leggen van de grondslagen van de socialistische economie, zoals die in 1918 door Lenin was geschetst in zijn brochure "De Directe Taken van de Sovjet-Regering."
Lenin maakte duidelijk dat het herstel van de nationale economie zou moeten beginnen bij de landbouw, omdat deze niet in staat was te voldoen aan de vraag van de industriële centra naar graan en ruwe grondstoffen.
Lenin wees erop, dat het kleine boerenbedrijf in het land de meerderheid van de bedrijven uitmaakte. De arbeidersklasse moest zich mengen onder de miljoenen boeren om hun standpunten te veranderen en om hen te betrekken bij de socialistische opbouw. Dit kon alleen maar worden bereikt via de nieuwe economische politiek. Wat vormde het wezen van deze politiek en waarom werd zij "nieuw" genoemd?
Lenin stelde voor dat het systeem van requisitie van overtollige voorraden zou worden vervangen door een belasting in natura en dat de privaathandel in graan en andere voorraadgoederen moest worden toegestaan. Hij stelde de partij voor de taak, om de handelsorganisatie te verbeteren en de coöperaties te reorganiseren. Hij eiste dat de communisten zouden leren handel te drijven en de arbeiders en boeren te voorzien van betere en goedkopere goederen dan zij van de kapitalisten in handen hadden gekregen. Dan zouden de boeren er belang bij hebben om meer graan te gaan produceren, hetgeen op zijn beurt zou dienen als een stimulans voor het herstel en de ontwikkeling van de nationale economie. Lenin zei, dat de Nieuwe Economische Politiek het bondgenootschap tussen de arbeiders en de boeren zou versterken en de Sovjetmacht zou consolideren.
Het Tiende Congres van de Bolsjewistische Partij, dat werd gehouden in 1921, aanvaardde Lenin's voorstel om over te gaan tot de Nieuwe Economische Politiek.
De Nieuwe Economische Politiek was de enige juiste politiek in de overgangsperiode tussen kapitalisme en socialisme. Aanvankelijk betekende dit in zekere zin een teruggang, omdat zij de privaathandel en het huren van arbeidskrachten toestond, hetgeen leidde tot een gedeeltelijke opleving van het kapitalisme. Maar dat was een teruggang van tijdelijke aard, die geen gevaar opleverde voor het Sovjet-systeem. De macht was in handen van de arbeiders en boeren. De industrie, het land, de banken, de spoor- en waterwegen waren staatseigendom.
De moeilijke tijden, die het land had doorgemaakt, deden zich eveneens gelden binnen de Communistische Partij. Aan het einde van 1920 telde de partij meer dan vijfhonderdduizend leden, waarvan minder dan de helft arbeiders waren. Een kwart van de leden behoorde tot de boerenstand en de rest was kantoorbediende, handwerksman of intellectueel. Een aantal vroegere Mensjewieken en Socialistische Revolutionairen vonden hun weg naar de partij en een gedeelte van het ledenbestand was politiek niet geheel stabiel. Opnieuw verschenen tegen de partij gerichte groeperingen ten tonele, geleid door Trotski, Boecharin en andere scheurmakers, die ageerden tegen de partijlijn waar het vraagstukken betrof welke samenhingen met de methodes van de socialistische opbouwen aangaande de rol van de vakbeweging. De oppositie schond de binnen de partij geldende discipline en deed pogingen de partij te splitsen.
Het gevaar werd tijdig onderkend door Lenin, die een bijzonder groot belang hechtte aan de eenheid van de artij, want eenheid vormde tenslotte één van de voornaamste bronnen van haar kracht. Een splitsing in de partij, zei hij, zou onvermijdelijk leiden tot een breuk in het bondgenootschap tussen de arbeidersklasse en de boeren. Een splitsing zou het einde betekenen van de Sovjetmacht en een terugkeer tot het kapitalisme. Het Congres aanvaardde een door Lenin ontworpen resolutie over de versterking van de eenheid binnen de partij en het verklaarde, dat de leden van de partij, daarbij inbegrepen de leden van het Centraal Comité, zich blootstelden aan uitstoting uit de partij als zij zich schuldig maakten aan fractievorming. De wet, die het systeem waarbij overtollige voorraden werden opgeëist verving door een belasting in natura, werd aanvaard.
Het was Lenin's voortdurende zorg dat de aangenomen besluiten ook inderdaad ten uitvoer zouden worden gebracht. Hij gaf aanwijzingen voor het beter organiseren van de landbouw en voor het vergroten van zijn productiviteit. Hij gaf zoveel mogelijk steun aan de socialistische sector van de landbouw, maakte een diepgaande studie van het werk op de staatsboerderijen - zoals hij het noemde: de waarlijk proletarische wijze van landbouw - en ondersteunde de collectieve boerderijen, waarbij hij waarschuwde tegen een te grote haast bij de organisatie daarvan.
Lenin schreef zijn brochure "De Belasting in Natura" en zijn artikelen "De Vierde Verjaardag van de Oktoberrevolutie" en "De betekenis van goud, nu en na de totale overwinning van het Socialisme", waarin hij voor de arbeiders en boeren een gedetailleerde uiteenzetting gaf van het wezen van de Nieuwe Economische Politiek en de methoden, waarop deze moest worden verwezenlijkt. Op basis van de instructies van de hand van Lenin begon de partij aan het werk voor het herstel van de economie, de verbetering van de levensomstandigheden van de mensen en het brengen van nieuw leven in de mijn-, de petroleum- en de metaalindustrieën.
De eerste elektrische centrales werden gebouwd onder Lenin's directe supervisie. Lenin achtte de kostprijsberekening, de winstgevendheid van de productie, de materiële aansporingen voor de arbeiders, de aanmoedigingen tot het economisch gebruik van de materiële hulpbronnen en de verbetering van de productie allemaal van bijzonder groot belang voor het herstel en de ontwikkeling van de industrie. Lenin achtte het noodzakelijk om de werkende mensen meer maatschappelijk bewustzijn bij te brengen en om hen een gevoel van verantwoordelijkheid en persoonlijke zorg voor hun arbeid te leren.
De partij en de Sovjet-regering werkten voor de consolidatie van een gecentraliseerde economische planning, terwijl plaatselijk initiatief toch ook moest worden aangemoedigd. De brieven die Lenin schreef aan G.M. Krzjizjanovski, die toen Voorzitter was van het Staatsplancomité, tonen aan hoezeer hij het werk van het comité beheerste en hoe onophoudelijk hij eiste, dat de planning hand in hand moest gaan met de realiteit en moest zijn gebaseerd op de wetenschap en op praktische ervaringen.
Lenin had een scherp oog voor alles, wat vooruitstrevend en veelbelovend was in wetenschap en techniek. Hij had een levendige belangstelling voor de toepassing van kolensnijders in het kolenbekken van Donetsk, de hydraulische winning van turf, etc. Er zijn vele documenten die getuigenis afleggen van zijn grote belangstelling voor uitvindingen en van de grote steun, die de uitvinders van hem ondervonden.
Grote aandacht gaf Lenin aan kwesties, die verband hielden met het bestuur en met de arbeid van het staatsapparaat. Formalisme en bureaucratie, ordeloosheid in het staatsapparaat wekten zijn diepe verontwaardiging op. Hij nam actief deel aan het uitwerken van de Sovjetwetgeving en hij streed voor het in acht nemen van de revolutionaire wettigheid. Hij adviseerde, dat elke meer of minder belangrijke maatregel eerst aan de praktijk zou worden getoetst en dan pas als wet zou worden afgekondigd. Wetten uitvaardigen is iets, zo leerde hij, waar men "driedubbel voorzichtig mee moet zijn; het is goed uitkijken voor men de sprong neemt!"
Lenin kende het personeel van regering en partij beter dan wie ook.
Wat hij in mensen hogelijk waardeerde was loyaliteit aan het communisme, een goede kennis van het werk, vastberadenheid bij het verwezenlijken van de partijlijn en, tezelfdertijd, een grote mate van soepelheid, tact en een houding die getuigde van zorg om de mens. Bureaucratie, ongemanierdheid in de omgang met mensen, zowel gelijken als ondergeschikten, veroordeelde hij scherp.

