Over stakingen
W.I. LENIN. OVER STAKINGEN 1
Stakingen van arbeiders zijn de laatste jaren in Rusland buitengewoon veelvuldig geworden. Er is geen enkel industrieel gouvernement meer, waar niet verscheidene stakingen hebben plaatsgevonden. In de grote steden komt er zelfs geen eind meer aan de stakingen. Daarom is het begrijpelijk, dat zowel de klassebewuste arbeiders, als de socialisten zich steeds vaker met de vraag bezighouden, wat voor betekenis de stakingen hebben, met welke methoden een staking moet worden gevoerd en welke taak de socialisten hebben bij het deelnemen aan stakingen.
We willen proberen, enkele van onze opvattingen ten aanzien van deze vraagstukken naar voren te brengen. In het eerste artikel willen we het hebben over de betekenis van stakingen in de arbeidersbeweging in het algemeen; in het tweede artikel over de Russische antistakingswetten, in het derde over de vraag hoe de stakingen in Rusland werden en worden gevoerd en welke houding de klassebewuste arbeiders er tegenover moeten innemen 2.
I.
Allereerst moet de vraag worden opgeworpen, waardoor het uitbreken en de uitbreiding van stakingen te verklaren valt. Een ieder, die al de stakingen die hem uit persoonlijke ervaring, uit mededelingen van anderen of uit kranten bekend zijn, in zijn herinnering terugroept, zal direct inzien, dat stakingen daar uitbreken en zich uitbreiden, waar grote fabrieken ontstaan en zich uitbreiden. Onder de grote fabrieken, waar verscheidene honderden (soms ook wel duizenden) arbeiders werkzaam zijn, zal er wel nauwelijks een te vinden zijn, waar nog geen stakingen van arbeiders zijn voorgekomen. Toen er in Rusland weinig grote fabrieken en bedrijven waren, waren er ook weinig stakingen; sedert echter de grote fabrieken zowel in de oude fabrieksplaatsen als in de nieuwe fabriekssteden en nederzettingen snel toenemen sindsdien worden de stakingen steeds veelvuldiger.
Hoe komt het, dat fabrieksmatige productie in het groot steeds tot stakingen leidt? Dat komt, omdat het kapitalisme noodzakelijkerwijs tot strijd van de arbeiders tegen de ondernemers leidt, en wanneer de productie zich ontwikkelt tot productie in het groot neemt deze strijd noodzakelijkerwijs de vorm aan van een staking.
We willen dit toelichten.
Kapitalisme is de naam van een maatschappelijk stelsel, waarbij de grond, de fabrieken, de machines en werktuigen enz. toebehoren aan een klein aantal grondbezitters en kapitalisten, terwijl de massa van het volk geen of nagenoeg geen eigendom heeft en zich daarom als loonarbeider moet verhuren. De grondbezitters en fabrikanten nemen arbeiders in dienst
en laten hen het een of andere product vervaardigen, dat zij dan op de markt verkopen. Daarbij betalen de fabrikanten de arbeiders zo weinig loon, dat dezen met hun gezinnen nauwelijks in leven kunnen blijven, terwijl de fabrikant alles wat de arbeider boven deze hoeveelheid producten voortbrengt, in zijn zak steekt; dit vormt zijn winst.
In de kapitalistische economie werkt dus de massa van het volk voor loon bij andere mensen, ze werkt niet voor zichzelf, maar tegen betaling voor de ondernemers. Het is duidelijk, dat de ondernemers er steeds op uit zijn het loon te drukken: hoe minder zij de arbeiders geven, des te meer winst blijft er voor hen over. De arbeiders daarentegen zijn erop uit, een zo hoog mogelijk loon te krijgen om het hele gezin voldoende en goede voeding te kunnen geven, in een goede woning te kunnen leven en zich niet als bedelaars, maar als alle andere mensen te kunnen kleden. Er wordt dus tussen ondernemers en arbeiders een voortdurende strijd om het loon gevoerd: de ondernemer heeft de vrijheid, de arbeider die hij in dienst wil nemen, naar believen te kiezen, en daarom zoekt hij steeds de goedkoopste. De arbeider heeft de vrijheid, de ondernemer bij wie hij in dienst wil treden, naar believen te kiezen, en hij zoekt diegene uit, die het meeste biedt, die hem een zo hoog mogelijk loon betaalt. Of de arbeider nu op het platteland of in de stad werkt, of hij zich aan een landheer of aan een rijke boer, aan een bouwondernemer of aan een fabrikant verhuurt - hij onderhandelt steeds met de loonheer, voert met hem steeds een strijd om het loon.
Kan een arbeider echter als enkeling deze strijd voeren? De arbeidersbevolking wordt steeds talrijker: de boeren worden geruïneerd en vluchten uit de dorpen naar de steden en fabrieken. De landheren en fabrikanten voeren machines in, die de arbeiders van hun werk beroven. Er komen in de steden steeds meer werklozen, in de dorpen steeds meer bedelaars; de hongerende bevolking drukt het loon al lager en lager. Het wordt voor de arbeider onmogelijk, in z'n eentje tegen de ondernemer te vechten. Wanneer een arbeider een goed loon verlangt of het niet eens is met een loonsverlaging, dan geeft de ondernemer hem ten antwoord: Scheer je weg, er staan vele hongerlijders voor de poort, ze zijn blij ook voor een laag loon te kunnen werken.
Wanneer de verarming van het volk zo ver gaat, dat zowel in de steden als op het platteland permanent massa's werklozen zijn, wanneer de fabrikanten reusachtige rijkdommen vergaren en de kleine ondernemer door miljonairs worden verdrongen, dan wordt de enkele arbeider tegenover de kapitalist machteloos. De kapitalist krijgt de mogelijkheid, de arbeider volledig ten gronde te richten, hem door tuchthuiswerk de dood in te drijven en hém niet alleen, maar ook diens vrouw en kinderen. Inderdaad, kijk maar naar de bedrijfstakken, waar de arbeiders voor zich nog geen wettelijke bescherming hebben bevochten en waarin de arbeiders geen verzet kunnen bieden aan de kapitalisten, dan vind je er een mateloos lange arbeidsdag wel tot 17 en 19 uur toe, dan zul je kinderen in de leeftijd van vijf tot zes jaar tegenkomen, die door zware arbeid ten gronde worden gericht, dan zul je een generatie vinden van voortdurend hongerlijdende en langzamerhand van honger stervende arbeiders.
Een voorbeeld zijn de arbeiders, die bij zich thuis voor kapitalisten werken; ja, iedere arbeider zal zich nog vele, zeer vele andere voorbeelden herinneren! Zelfs onder de slavernij en onder de lijfeigenschap was er nimmer zo'n vreselijke knechting van het werkende volk als die, waartoe de kapitalisten hun toevlucht nemen wanneer de arbeiders hun geen tegenstand kunnen bieden, wanneer ze geen wetten kunnen bevechten, die de willekeur van de ondernemers beperken.
Om zich nu niet in deze uiterste positie te laten drijven, beginnen de arbeiders een vertwijfelde strijd. Daar zij zien, dat ieder van hen in z'n eentje geheel machteloos is en dat hem onder het juk van het kapitaal de ondergang dreigt, beginnen de arbeiders gezamenlijk tegen hun ondernemers op te staan. De stakingen beginnen. In het begin begrijpen de arbeiders dikwijls niet eens wat zij willen bereiken, ze zijn zich er niet van bewust waarom ze het doen: ze slaan eenvoudig de machines in elkaar en vernielen de fabrieken. Ze willen de fabrikanten slechts hun woede laten voelen, ze stellen hun gezamenlijke krachten op de proef om uit de ondraaglijke situatie te komen, zonder nog te weten waarom toch hun toestand zo hopeloos is en waarnaar ze moeten streven.
In alle landen is de verontwaardiging van de arbeiders met afzonderlijke opstanden begonnen - met rebellies, zoals de politie en de fabrikanten ze bij ons noemen. In alle landen hebben deze afzonderlijke opstanden enerzijds meer of minder vreedzame stakingen en anderzijds een algemene strijd van de arbeidersklasse voor haar bevrijding doen ontstaan.
Welke betekenis hebben nu stakingen in de strijd van de arbeidersklasse? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we hier allereerst iets uitvoeriger ingaan op de stakingen zelf. Wanneer het loon van een arbeider, zoals we hebben gezien, door een overeenkomst tussen ondernemer en arbeider wordt vastgesteld en de enkele arbeider daarbij geheel machteloos blijkt te zijn, dan is het duidelijk, dat de arbeiders absoluut gemeenschappelijk voor hun eisen moeten opkomen, dat ze absoluut stakingen moeten organiseren om de ondernemers te beletten het loon te verlagen of om een hoger loon te bevechten. En er is inderdaad geen enkel land met een kapitalistisch systeem, waar geen stakingen van arbeiders zijn. In alle Europese staten en in Amerika, overal voelen de arbeiders zich in hun eentje machteloos en kunnen zij de ondernemers slechts gemeenschappelijk tegenstand bieden door ofwel in staking te gaan of met staking te dreigen.
Hoe verder het kapitalisme zich nu ontwikkelt, hoe sneller de grote fabrieken en bedrijven groeien, hoe meer de kleine kapitalisten door de grote worden verdrongen, des te dringender wordt de behoefte aan gemeenschappelijk verzet van de arbeiders, want des te erger wordt de werkloosheid, des te heviger wordt de concurrentie tussen de kapitalisten die hun waren zo goedkoop mogelijk willen produceren (en daarvoor is het noodzakelijk, de arbeiders een zo laag mogelijk loon te betalen), des te sterker worden de schommelingen in de industrie en de crises.(Zie voetnoot).
Wanneer de industrie bloeit, maken de fabrikanten grote winsten, zonder dat het bij hen opkomt ze met de arbeiders te delen; tijdens een crisis daarentegen trachten de fabrikanten de verliezen op de arbeiders af te wentelen. De noodzakelijkheid van stakingen in de kapitalistische maatschappij is in de Europese landen in zoverre erkend, dat de wet daar het houden van stakingen niet verbiedt; alleen in Rusland gelden nog de barbaarse antistakingswetten (over deze wetten en hun toepassing zullen we het een andere keer hebben). Maar de stakingen, die ten enenmale uit het wezen van de kapitalistische maatschappij voortspruiten, betekenen het begin van de strijd van de arbeidersklasse tegen dit maatschappelijke stelsel. Wanneer de bezitloze arbeiders afzonderlijk tegenover de rijke kapitalisten staan, betekent dit de volledige slavernij van de arbeiders. Wanneer deze bezitloze arbeiders zich echter aaneensluiten, verandert de zaak.
De kapitalisten hebben van hun rijkdommen geen enkel profijt, als ze geen arbeiders vinden, die bereid zijn hun arbeid toe te voegen aan de machines, werktuigen en materialen van de kapitalisten om nieuwe rijkdommen voort te brengen. Wanneer de arbeiders als enkelingen met de ondernemers te maken hebben, blijven ze echte slaven, die eeuwig terwille van een stukje brood voor een vreemde werken, blijven ze eeuwig gedweeë loonslaven, die geen woord van protest durven laten horen. Wanneer de arbeiders echter gemeenschappelijk hun eisen stellen en weigeren zich te schikken naar diegene, die een dikke geldbuidel heeft, dan houden de arbeiders op slaven te zijn; ze worden mensen, ze beginnen te eisen dat hun arbeid niet slechts wordt gebruikt ter verrijking van een handjevol parasieten, maar de werkers de mogelijkheid geeft menselijk te leven. De slaven beginnen te eisen dat ze eigen meester worden - dat ze niet werken en leven zoals de landheren en kapitalisten dat willen, maar zoals de werkende mensen het zelf willen.
Stakingen jagen de kapitalisten juist daarom steeds zulk een schrik aan, omdat deze hun heerschappij aan het wankelen beginnen te brengen. 'Heel het raderwerk staat stil, als uw sterke arm het wil' wordt in een Duits arbeiderslied over de arbeidersklasse gezegd. En inderdaad: de fabrieken en bedrijven, de grote landgoederen, de machines, de spoorwegen enz. enz., het zijn alle als het ware radertjes van één reusachtig mechanisme; dit mechanisme brengt de verschillende producten voort, bewerkt ze, transporteert ze naar de vereiste plaats.
Dit gehele mechanisme wordt in beweging gezet door de arbeider, die de grond bebouwt, het erts delft, in de fabrieken waren vervaardigt, huizen en bedrijven bouwt, spoorwegen aanlegt. Als de arbeiders weigeren te werken, dreigt dit hele mechanisme tot stilstand te komen. Met iedere staking worden de kapitalisten er aan herinnerd, dat niet zij de ware heersers zijn, maar de arbeiders, die steeds luider en luider voor hun rechten opkomen. Met iedere staking worden de arbeiders er aan herinnerd, dat hun positie niet hopeloos is, dat ze niet alleen staan. Kijk maar eens welk een geweldige invloed een staking uitoefent zowel op de stakers als op de arbeiders van de naburige of in de buurt liggende fabrieken of op de fabrieken van dezelfde productietak. In gewone, vreedzame tijden draagt de arbeider zwijgend zijn juk, twist hij niet met de ondernemer, geeft hij geen uiting aan zijn ontevredenheid met zijn situatie. Tijdens een staking brengt hij luid zijn eisen naar voren, herinnert hij de ondernemers aan al hun getiranniseer, eist hij zijn rechten op, denkt hij niet meer alleen aan zichzelf en aan zijn loon - hij denkt ook aan zijn collega's, die gezamenlijk met hem het werk hebben neergelegd en zonder vrees voor ontberingen op de bres staan voor de zaak van de arbeiders.
Iedere staking brengt de arbeider een massa ontberingen en zelfs zulke vreselijke, dat men ze slechts met de bezoekingen van een oorlog kan vergelijken: honger in zijn gezin, verlies van inkomsten, veelal arrestatie, uitwijzing uit de stad waar hij zich thuis voelt en werk gevonden heeft. En ondanks al dit lijden verachten de arbeiders diegenen, die hun collega's in de steek laten en zich inlaten met een koehandel met de ondernemer. Ondanks de nood, die een staking met zich brengt, krijgen de arbeiders van de naburige fabrieken steeds meer moed als zij zien, dat hun collega's de strijd hebben aangebonden. 'Mensen, die zoveel verdragen om een enkele bourgeois te laten buigen, zullen ook in staat zijn, de macht van de gehele bourgeoisie te breken', heeft een grote leermeester van het socialisme, Engels, over de stakingen van de Engelse arbeiders gezegd. 3
Dikwijls behoeft slechts één fabriek in staking te gaan of direct ontbrandt een aantal stakingen in een hele reeks van fabrieken. Zo groot is de morele invloed van stakingen, zo aanstekelijk werkt op de arbeiders de aanblik van hun collega's, die, zij het ook maar voor korte tijd, van slaven mensen worden met gelijke rechten als de rijken! Elke staking doet in de arbeiders met grote kracht de gedachte aan het socialisme ontwaken, de gedachte aan de strijd van de gehele arbeidersklasse voor haar bevrijding van het juk van het kapitaal. Het is zeer vaak voorgekomen, dat de arbeiders van een bepaalde fabriek of van een bepaalde productietak, van een bepaalde stad tot aan een grote staking nagenoeg niets van het socialisme wisten en er niet aan dachten, maar dat na de staking steeds meer clubs en bonden onder hen ontstaan en dat meer en meer arbeiders socialisten worden.
Een staking leert de arbeiders begrijpen, waarin de kracht van de ondernemers en waarin de kracht van de arbeiders schuilt, ze leert hen, niet alleen aan hun eigen ondernemer en niet alleen aan hun naaste collega's te denken, maar aan alle ondernemers, aan de gehele klasse van kapitalisten en aan de gehele klasse van arbeiders. Wanneer een fabrikant, die door de arbeid van verscheidene generaties van arbeiders miljoenen bijeengegraaid heeft, zelfs niet bereid is tot de meest bescheiden loonsverhoging of zelfs probeert het loon nog meer te verlagen en, in geval van verzet van de arbeiders, duizenden hongerende gezinnen op straat werpt, dan zien de arbeiders duidelijk, dat de gehele klasse van kapitalisten een vijand is van de gehele klasse van arbeiders, dat de arbeiders alleen op zichzelf en op hun aaneensluiting kunnen vertrouwen.
Het komt heel vaak voor, dat een fabrikant uit alle macht probeert de arbeiders te bedriegen, zich als hun weldoener voor te doen, zijn uitbuiting van de arbeiders te verhullen door een armetierige aalmoes of door een of andere leugenachtige belofte. Elke staking doet steeds met één klap dit gehele bedrog teniet, omdat zij de arbeiders toont, dat hun 'weldoener' een wolf in schaapsvacht is.
Een staking opent de arbeiders echter niet alleen de ogen met betrekking tot de kapitalisten, maar ook met betrekking tot de regering en de wetten. Op dezelfde wijze als de fabrikanten zich als weldoeners van de arbeiders trachten voor te doen, willen de ambtenaren en hun handlangers de arbeiders wijsmaken dat de tsaar en de tsaristische regering evenveel zorg aan de dag leggen voor fabrikanten als voor arbeiders, naar recht en billijkheid. De arbeider kent de wetten niet, met de ambtenaren, in het bijzonder met de hogere, heeft hij niets van doen en daarom hecht hij vaak aan dit alles geloof.
Maar dan breekt een staking uit. In de fabriek verschijnen de ambtenaar van het openbaar ministerie, de fabrieksinspecteur, de politie, vaak ook militairen. De arbeiders horen, dat ze de wet hebben overtreden: de wet staat de fabrikanten toe, zowel bijeen te komen als openlijk met elkaar te spreken over de wijze waarop ze de lonen kunnen verlagen, maar de arbeiders worden, wanneer ze onderling afspraken maken, tot misdadigers verklaard! De arbeiders worden uit hun woningen gejaagd; de politie sluit de winkels waar de arbeiders op krediet levensmiddelen zouden kunnen krijgen, men probeert soldaten tegen de arbeiders op te hitsen, zelfs dan, wanneer de arbeiders zich volkomen rustig en vreedzaam gedragen. De soldaten wordt zelfs het bevel gegeven op de arbeiders te schieten, en als ze dan vluchtenden in de rug schieten en weerloze arbeiders doden, laat de tsaar zijn dank aan de militairen overbrengen (zo dankte de tsaar bijv. de soldaten, die in 1895 in Jaroslawl stakende arbeiders hadden gedood).
Het wordt iedere arbeider duidelijk, dat de tsaristische regering zijn ergste vijand is, dat ze de kapitalisten beschermt en de arbeiders aan handen en voeten ketent. De arbeider begint te begrijpen, dat de wetten slechts in het belang van de rijken worden uitgevaardigd, dat ook de ambtenaren de belangen van de rijken verdedigen, dat men het werkende volk de mond snoert en het niet de mogelijkheid geeft over zijn nood te spreken, dat de arbeidersklasse noodzakelijkerwijs moet vechten voor het stakingsrecht, het recht op het uitgeven van arbeiderskranten en het recht op het deelnemen aan een volksvertegenwoordiging, die wetten moet uitvaardigen en op de naleving ervan toezicht moet uitoefenen. Ook de regering zelf begrijpt heel goed, dat stakingen de arbeiders de ogen openen, en daarom heeft ze zo'n angst voor stakingen, doet ze haar best ze tot elke prijs zo snel mogelijk te breken.
Niet voor niets heeft eens een Duitse minister van binnenlandse zaken *, die speciaal berucht is wegens het feit, dat hij socialisten en klassebewuste arbeiders uit alle macht heeft vervolgd, voor de volksvertegenwoordigers verklaard: 'Achter iedere staking loert de hydra, 4 (het monster) 'van de revolutie'; met elke staking versterkt en ontwikkelt zich bij de arbeiders het inzicht, dat de regering hun vijand is, dat de arbeidersklasse zich tot de strijd tegen de regering, tot de strijd voor de rechten van het volk moet toerusten.
En zo doen de stakingen de arbeiders wennen aan de aaneensluiting, doen stakingen hun zien, dat zij de strijd tegen de kapitalisten slechts gemeenschappelijk kunnen voeren, leren de stakingen de arbeiders te denken aan de strijd van de gehele arbeidersklasse tegen de gehele klasse van fabrikanten en tegen de autocratische 5 politieregering. Dat is de reden, waarom de socialisten de stakingen een 'school van de oorlog' noemen, een school waarin de arbeiders leren oorlog te voeren tegen hun vijanden en voor de bevrijding van het gehele volk, voor de bevrijding van alle werkende mensen van het juk der ambtenaren en van het juk van het kapitaal.
Maar een 'school van de oorlog' is nog niet de oorlog zelf. Wanneer onder de arbeiders stakingen op grote schaal worden toegepast, begint menige arbeider (en menige socialist) te geloven, dat de arbeidersklasse zich alleen tot stakingen en stakingskassen of -verenigingen kan beperken, dat de arbeidersklasse alleen door stakingen een aanzienlijke verbetering van haar positie of zelfs haar bevrijding kan bereiken. Wanneer zij zien welk een kracht de aaneensluiting en zelfs kleine stakingen aan de arbeiders geven, dan zijn er heel wat die van mening zijn, dat de arbeiders alleen maar een algemene staking voor het gehele land behoeven af te kondigen om bij de kapitalisten en bij de regering alles te kunnen bereiken wat zij willen.
Zulk een mening werd ook door arbeiders uit andere landen verkondigd toen de arbeidersbeweging pas opkwam en de arbeiders nog zeer onervaren waren. Maar deze mening is onjuist. Een staking is één van de middelen van de strijd der arbeidersklasse voor haar bevrijding, maar niet het enige middel, en als de arbeiders aan de andere middelen van de strijd geen aandacht schenken, vertragen zij daardoor de ontwikkeling en de successen van de arbeidersklasse.
Het is waar, dat men voor succesvolle stakingen kassen nodig heeft, waaruit de arbeiders tijdens stakingen worden onderhouden. Zulke kassen worden door de arbeiders (gewoonlijk door de arbeiders van afzonderlijke bedrijfstakken, afzonderlijke vakken of beroepen) dan ook in alle landen gesticht, maar bij ons in Rusland is dat bijzonder moeilijk, omdat de politie ze opspoort, het geld in beslag neemt en de arbeiders arresteert. Natuurlijk verstaan de arbeiders ook de kunst zich voor de politie te verbergen; natuurlijk is het stichten van zulke kassen nuttig en willen we dit de arbeiders ook niet ontraden. Maar men mag niet verwachten, dat de arbeiderskassen, zolang ze bij de wet verboden zijn, talrijke leden kunnen winnen, en bij een gering aantal leden hebben de arbeiderskassen niet al te veel nut.
Bovendien, zelfs in landen waar de arbeidersvakbonden vrij bestaan en over zeer grote middelen beschikken - zelfs daar kan de arbeidersklasse zich in haar strijd geenszins alleen tot stakingen beperken. Er behoeft slechts een afzetstagnatie in de industrie op te treden (een crisis zoals die thans bij voorbeeld in Rusland nadert) of de fabrikanten lokken zelfs opzettelijk stakingen uit, omdat het voordelig voor hen is het werk af en toe voor enige tijd te staken en omdat het voordelig voor hen is de arbeiderskassen te ruïneren. Tot stakingen en stakingsverenigingen alleen mogen de arbeiders zich dan ook in geen geval beperken. In de tweede plaats leiden stakingen alleen daar tot succes, waar de arbeiders al tamelijk klassebewust zijn, waar ze het juiste tijdstip voor stakingen weten te kiezen, hun eisen weten te stellen, waar ze in verbinding staan met de socialisten om vlugschriften en brochures te verkrijgen. Zulke arbeiders zijn er in Rusland echter nog weinig, en alle krachten moeten ingespannen worden om hun aantal te vergroten, om de arbeidersmassa's bekend te maken met de arbeiderszaak, om ze bekend te maken met het socialisme en de strijd van de arbeidersklasse. Deze taak moeten de socialisten en de klassebewuste arbeiders gezamenlijk op zich nemen door voor dit doel een socialistische arbeiderspartij op te richten.
In de derde plaats tonen de stakingen de arbeiders, zoals we hebben gezien, dat de regering hun vijand is, dat tegen de regering de strijd moet worden gevoerd. En de stakingen hebben werkelijk in alle landen de arbeidersklasse zo langzamerhand wel geleerd de strijd te voeren tegen de regeringen, voor de rechten van de arbeiders en voor die van het gehele volk in het algemeen. Zulk een strijd kan, zoals we zojuist zeiden, alleen gevoerd worden door een socialistische arbeiderspartij, die onder de arbeiders juiste opvattingen over de regering en over de zaak van de arbeiders verbreidt.
We zullen het er een andere keer in het bijzonder over hebben, hoe bij ons in Rusland stakingen moeten worden gevoerd en hoe de klassebewuste arbeiders ze moeten gebruiken. Vandaag echter moeten we erop wijzen, dat stakingen, zoals eerder opgemerkt, een 'school van de oorlog', maar niet de oorlog zelf zijn, dat stakingen slechts één middel in de strijd, slechts één vorm van de arbeidersbeweging zijn. De arbeiders kunnen en moeten van afzonderlijke stakingen overgaan tot de strijd van de gehele arbeidersklasse voor de bevrijding van alle werkers, en ze doen dit ook werkelijk in alle landen. Wanneer alle klassebewuste arbeiders socialisten worden, d.w.z. mensen die naar zulk een bevrijding streven, wanneer zij zich in het hele land aaneensluiten om onder de arbeiders het socialisme te verbreiden, om de arbeiders vertrouwd te maken met alle middelen van de strijd tegen hun vijanden, wanneer zij een socialistische partij vormen, die strijd voert voor de bevrijding van het gehele volk van het juk van de regering en voor de bevrijding van alle werkers van het juk van het kapitaal - pas dan zal de arbeidersklasse zich volledig hebben aangesloten bij die grote beweging van de arbeiders van alle landen, die alle arbeiders verenigt en het rode vaandel heeft ontplooid, waarin geschreven staat 'Proletariërs aller landen, verenigt u!'.
Voetnoot
Over de crises in de industrie en over hun betekenis voor de arbeiders zullen wij een andere keer uitvoeriger spreken. Vandaag merken we alleen maar op, dat in Rusland de laatste jaren de zaken voor de industrie voortreffelijk zijn gegaan, dat de industrie 'prospereerde', maar nu (eind 1899) tekent zich reeds duidelijk af, dat deze 'prosperiteit' met een crisis zal eindigen: met een stagnatie in de warenafzet, met faillissementen van fabrikanten, met de ondergang van de kleine ondernemers en met vreselijke ellende voor de arbeiders (werkloosheid, loonsverlaging enz.).
Aantekeningen
1. Het artikel 'Over stakingen' schreef Lenin tegen het eind van het jaar 1899. Lenin bevond zich toen in verbanning. Dit artikel, evenals een aantal andere, was bestemd voor het blad 'Rabotsjaja Gazeta', dat op het Eerste Congres van de Russische Sociaal-democratische Arbeiderspartij als officieel partijorgaan was erkend. Kort na dit congres werd echter de drukkerij door de politie opgespoord en in beslag genomen, de leden van het partijbestuur gearresteerd. In 1899 werd door een groep redacteuren een poging gedaan het blad opnieuw uit te geven, waartoe ook Lenin als medewerker werd aangetrokken. Het gelukte echter niet het blad opnieuw uit te geven. Het artikel 'Over stakingen' is voor het eerst gepubliceerd in 1924 in het tijdschrift 'Proletarskaja Rewoloetsija', nr. 8/9.
2. In het archief van het Instituut voor het Marxisme-Leninisme te Moskou bevindt zich uitsluitend dit eerste deel van het artikel. Of de beide andere door Lenin genoemde delen ooit geschreven zijn, heeft men niet kunnen vaststellen.
3. Lenin citeert het boek van F. Engels 'De toestand van de arbeidersklasse in Engeland'.
4. Hydra = meerhoofdige draak; in de Griekse mythologie de negenkoppige
waterslang, die door Hercules werd gedood.
5. Autocratisch = van autocratie, onbeperkte heerschappij van een enkeling = autocraat.
* Lenin citeert hier een uitspraak van de Pruisische minister van Binnenlandse Zaken Von Puttkammer.
Tekst ontleend aan de uitgave van Pegasus Amsterdam, 1971

