Het klimaat

De USSR in woord en beeld

Het klimaat

In de Sovjet-Unie bestaan enorme klimaatverschillen. Op sommige plaatsen in Siberië is het 's winters kouder dan aan de Noordpool en op de vlakten in Midden-Azië is het 's zomers warmer dan aan de equator. In Jakoetië vriest het 's winters soms 70° C, zodat de adem van de mens in de lucht bevriest en knistert. Maar in Turkmenië stijgt de temperatuur van het door de zon verhitte woestijnzand tot + 70° C en dan brandt men zich er licht aan.

Wanneer in Oezbekistan de gierst geoogst wordt, zijn de huizen in Petropawlowsk op Kamtsjatka nog onder sneeuw bedolven. Aan de kust van de Bering-Zee bereikt een lariks in honderd jaar slechts de dikte van een bezemsteel, terwijl de bamboe in het subtropische Adzjarië per dag meer dan een meter groeit.

In een en hetzelfde jaargetij de kan men in het noorden de koude poolnacht meemaken en in het zuiden aan de kust van een zee die nooit bevriest voor de zonnebrand moeten vluchten in de schaduw van een eeuwig groene palm.

In een en hetzelfde jaargetijde kan men wekenlang dwalen door een ondoordringbare vochtige mist aan de kust van de Stille Oceaan, en van dorst omkomen in de woestijnen van Midden-Azië waar maandenlang geen wolkje te bekennen valt.

Maar ondanks deze grote verscheidenheid moet men toch vaststellen dat de Sovjet-Unie als geheel een gematigd continentaal klimaat heeft met grote temperatuur-verschillen tussen winter en zomer. Bijna overal in het land is de winter streng en de zomer heet.

Naarmate men zich verder van de Atlantische Oceaan verwijdert, neemt het verschil tussen de winter- en zomertemperatuur toe. Zoals men weet hebben grote wateroppervlakten een matigende invloed op het klimaat - 's winters voeren zij de temperatuur op en 's zomers houden zij deze lager. Ook de Atlantische Oceaan oefent op de USSR een dergelijke invloed uit.

Terwijl in Leningrad, dat betrekkelijk dicht bij de Atlantische Oceaan ligt, de winter tamelijk zacht en de zomer niet erg warm is, kent- men in Siberië, ver van de Oceaan 's winters strenge vorst en zomers zo'n warmte dat graan, groenten en ooftbomen goed gedijen.

Van bijzonder grote invloed op het klimaat is het Noordpoolgebied.

De koude poollucht dringt van tijd tot tijd ver naar het zuiden door en beïnvloedt zo het klimaat. Daarom heeft het onderzoek van het poolklimaat zo'n grote betekenis voor de USSR en is de rol van de vaste en drijvende poolstations van de Sovjet-Unie zo belangrijk.

Natuurlijk is de temperatuur in het Hoge Noorden het laagst en daar is het klimaat eerder koud dan gematigd.

In het zuiden van de Sovjet-Unie bestaat op plaatsen die door het gebergte tegen de noordenwind beschermd worden (de kuststrook aan de voet van de Kaukasus, de zuidkust van de Krim en sommige dalen in Midden-Azië) een subtropisch klimaat, gewoonlijk zonder wintervorst. De lentebloemen volgen hier vrijwel dadelijk op de laatste herfstbloemen en met Nieuwjaar bloeien hier viooltjes. Soms valt er sneeuw, maar die is spoedig weer gesmolten.

Zo is het klimaat in het noorden van de USSR dus koud, op enkele plaatsen van het zuiden subtropisch, maar in het grootste deel van het land gematigd.

Men mag niet uit het oog verliezen dat begrippen als "koud" en "gematigd" slechts betrekkelijke waarde hebben, want vergeleken met West-Europa en de USA is het klimaat in de USSR vrij streng. Dit schept extra moeilijkheden voor de landbouw en de bouwnijverheid, maar deze worden door de bevolking met succes overwonnen dankzij de jarenlange ervaring en het hoge technische peil.

Al naar de gebieden is de neerslag in de USSR zeer verschillend.

In het westelijk deel dat dichter bij de Atlantische Oceaan ligt is het vrij vochtig en regent het vaak.

In het oosten, zuidoosten en in het binnenland is de neerslag veel geringer omdat er minder vochtige lucht van de Oceaan doordringt. Het zuidoosten van Europees Rusland, zowel als Kazachstan en Midden-Azië hebben vaak van droogte te lij den. Daar is de hemel meestal blauwen regent het zelden .

Het continentale klimaat heeft zijn voor- en nadelen. De voordelen tracht men in de USSR te benutten, terwijl men de nadelen probeert op te heffen. In het grootste deel van de USSR is de winter koud en daarom groeien de bomen langzaam en is het hout van uitstekende kwaliteit. Het vurenhout uit de Sovjet-Unie heeft dan ook een goede naam op de wereldmarkt. In verband met de strenge vorst is de vacht van de pelsdieren bizon der warm en terecht beschouwt men het Siberische bont als het beste ter wereld.

In vele gebieden van de USSR is de zomer warm en droog met het gevolg dat het graan van uitstekende kwaliteit en zeer eiwitrijk is. Dankzij de warmte en de droogte wordt het zetmeel van de planten snel tot suiker en daarom zijn de druiven en de meloenen uit Midden-Azië zo zoet. De katoenvezels munten hier uit door fijnheid en sterkte. In een deel van de zuidelijke gebieden is de neerslag onvoldoende en daar moeten veel krachten besteed worden aan de strijd tegen de droogte en aan het begieten van de gewassen. Maar door een juiste toepassing van het water heeft de mens de vegetatie daar dan ook volkomen in de hand.

Ongeveer de helft van het grondgebied van de USSR - in het noorden en in het oosten - behoort tot de zone waar de bodem steeds bevroren is. Slechts de bovenste aardlagen ontdooien hier in de zomer. Voor de landbouw is dit geen bezwaar, maar het levert wel bepaalde moeilijkheden op voor de huizenbouw. In de USSR zijn voor het bouwen onder deze voorwaarden bijzondere methoden ontwikkeld.